Lezen voor de Lijst

Docenten Nederlands 12-15

 | niveau 2 | Iedereen krijgt klappen

Introductie

Khalid Boudou (1974) is een schrijver van Marokkaanse komaf. Hij schrijft over het leven van Marokkaanse jongeren in Nederland, óók over de problemen die ze tegenkomen. Hij heeft een toegankelijke en vlotte schrijfstijl en maakt graag gebruik van de actualiteit. Andere bekende werken van hem zijn Pizza Maffia en Het schnitzelparadijs, allebei verfilmd. Naast boeken schrijft hij ook theaterstukken en columns. 
Meer over Khalid Boudou vind je op Leesplein.nl.

Inhoud

Let op: deze tekst bevat details over de inhoud en afloop van het verhaal en kan je leesplezier bederven.

Doordat Taha opgroeit in een probleemgezin moet hij al snel voor zichzelf zorgen en op vroege leeftijd volwassen worden. Hij begeeft zich op het criminele pad, maar door de hulp van Mickey, eigenaar van de boksschool, weet hij toch iets van zijn leven te maken. Zijn droom is om de kampioenschappen boksen te winnen. Deze droom valt in duigen na een ongeluk waarbij hij zijn linkerhand verliest. Taha komt in aanraking met Noa, een drugsrunner die werkt voor de drugsbaas Latif. Hij wordt verliefd op haar en komt daardoor op het idee om zich hard te maken voor de drugsproblematiek in zijn wijk. Hij zet het project Happy Face op en is van plan om de jonge drugsrunnertjes weer op het rechte pad te krijgen. Door zijn goede werk komt hij in de problemen met de drugsbazen Latif en De Olifant; hij raakt betrokken in hun drugsoorlog. Noa is niet in staat geweest om haar banden met Latif te verbreken en kiest ervoor om Taha erin te luizen als ze in de problemen komt. Taha wordt dan veroordeelt voor drugsdealen en zijn leven stort in: niemand gelooft meer in zijn goede bedoelingen en tot overmaat van ramp komt Mickey dan ook nog te overlijden. De lijn tussen goed en kwaad vervaagt voor Taha en hij besluit om voor zichzelf te kiezen en de drugsbazen die zijn leven kapot hebben gemaakt een lesje te leren. Daarna verdwijnt hij voor een poos uit Veelo.

Moeilijkheid

N1- en N2-lezers zullen in eerste instantie vooral genieten van de actie in dit verhaal. Het ik-perspectief zorgt ervoor dat ook de minder ervaren lezer zich in de hoofdpersoon kan inleven. Het aantal personages kan voor deze minder ervaren lezer daarentegen wel een struikelblok zijn. Voor N2-lezers is de ontwikkeling die Taha doormaakt om het beste van zijn leven te maken interessant. De verschillende relaties die hij aangaat en keuzes die hij maakt biedt deze lezer stof om over na te denken. Voor de N3-lezer kan het een uitdaging zijn om dit verhaal te plaatsen in de werkelijkheid: is de situatie in de grensgebieden voor sommige kinderen echt zo slecht? Daarnaast is de vervagende grens tussen goed en kwaad in ronde 3 interessant voor deze lezers.

Dit boek is met name geschikt voor tweedeklassers van het havo/vwo. Leerlingen in de tweede, derde en vierde klas van het vmbo zullen dit waarschijnlijk ook weten te waarderen.

Voor een volledige didactische en letterkundige analyse klik je hier