Nederlands - 15 t/m 19 jaar

Fabriekskinderen - Cremer, Jacob JanNiveau 3

Fabriekskinderen

Auteur:Cremer, Jacob Jan
Jaar uitgave:1863
Uitgeverij:Thieme
Plaats:Arnhem
Aantal pagina's:39
Genre:novelle, pamflet
Tags:19e eeuw, armoede, kindertijd, maatschappijkritiek
 
Leerlingen
Docenten
  Zet in mijn boekenkast

Integrale tekst zonder verklarende noten op: dbnl.org.
In de uitgave Kinderarbeid. J.J. Cremer en de Leidse fabriekskinderen (Leiden, Primavera Pers, 2008) wordt de oorspronkelijke tekst aangeboden samen met een moderne hertaling.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 26 november 2017.

 

Over de auteur

Jacobus Jan Cremer (1827-1880) was in de negentiende eeuw 'wereldberoemd in Nederland'. Zijn Betuwsche en Overbetuwsche novellen, geschreven in het dialect van die streek, waren erg populair, helemaal als ze door hemzelf werden voorgedragen op voorleesavonden. Rond 1860 waren er minstens 900 leesgezelschappen in Nederland, die graag goede sprekers als Cremer en Multatuli voor een voordracht uitnodigden. Cremer deed deze optredens niet voor de aardigheid - los van het feit dat hij zich er heel goed voor liet betalen - want zijn verhalen bevatten altijd een les en een duidelijke moraal.
Vanaf de jaren dertig van de negentiende eeuw klonken er al kritische geluiden over de kinderarbeid in Nederland. Er werden herhaaldelijk onderzoeken gedaan en meer dan eens werd er gepleit voor wetgeving, maar de liberale regering (Thorbecke) voelde daar niets voor. Toen een inspecteur begin jaren zestig merkte dat er met zijn adviezen aan de regering niets werd gedaan, benaderde hij een ver familielid van hem: J.J. Cremer. Hij nam de schrijver mee naar een Leidse textielfabriek. Cremer was diep onder de indruk van wat hij daar zag. Hij schreef binnen zes weken Fabriekskinderen en droeg het verhaal in maart 1863 met veel gevoel voor in Diligentia in Den Haag. Zijn voordracht dreunde nog weken na, ook door de reacties in de pers. Dankzij Cremer is de kwestie van de kinderarbeid bij het grote publiek gaan leven. In 1874 werd het Kinderwetje van Van Houten aangenomen; in hetzelfde jaar werd Cremer benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. 

Inhoud

Het verhaal begint 's ochtends vroeg, rond zes uur, aan het eind van een koude winternacht. Drie kinderen lopen door de stille straten van een achterbuurt in Leiden. Het zijn de oudste drie kinderen van Gerrit Zwarte, een werkloze timmermansknecht die aan de drank is. Zij zijn op weg naar een Leidse stoomwolspinnerij, waar zij de kost moeten verdienen. Saartje van elf heeft koorts, maar ziek thuis blijven kan niet. De jongste, de tienjarige Sander, is nog zo moe van het werk van de vorige dag, dat hij onderweg op de stoep gaat liggen om verder te slapen. We volgen de oudste twee kinderen tot in de fabriek; Sander wordt door een rechtenstudent opgeraapt en meegenomen naar zijn kamers.
De verteller laat ons goed zien en voelen hoe het de verschillende personages vergaat, en knoopt er een duidelijke boodschap aan vast.

Leesaanwijzingen

Als je nog nooit een boek uit de negentiende eeuw gelezen hebt - maar voor alles is een eerste keer! - zul je behoorlijk moeten wennen aan de manier van schrijven. Het verhaal begint nogal hoogdravend, maar dat is ook een truc: de verteller fluit zichzelf al snel terug, omdat hij beseft dat hij met luchtfietserij niets bereikt. Hij wil dat de boodschap overkomt, en belooft daarom zijn verhaal 'ontzettend eenvoudig' te vertellen. Toch blijft het wel een tekst van anderhalve eeuw terug, in bewoordingen en beelden uit die tijd. Een mooie oplossing biedt dan de uitgave Kinderarbeid. J.J. Cremer en de Leidse fabriekskinderen (2008). Daar wordt de oorspronkelijke tekst aangeboden samen met een hertaling: de spelling is gemoderniseerd, ouderwetse woorden zijn vervangen, de woordvolgorde is hier en daar aangepast en de moeilijkheden worden in de tekst en een enkele voetnoot verklaard. Bovendien bevat dit boekje veel achtergrondinformatie over kinderarbeid in de negentiende eeuw, en de betekenis van Cremers boekje in dit verband. Het is handig als je over die informatie kunt beschikken, want de wereld die Cremer beschrijft staat - gelukkig! - mijlenver van je af.

Om over na te denken

Wat is eigenlijk het verschil tussen bijvoorbeeld werken als vakkenvuller of een avondje oppassen bij kennissen, en kinderarbeid?
Komt kinderarbeid nu nog in Nederland voor, of alleen in de Derde Wereld?
Hebben kinderarbeid en het recht van kinderen op onderwijs iets met elkaar te maken?
Als je iets koopt wat ergens in de Derde Wereld met behulp van kinderarbeid is gemaakt, ben je dan eigenlijk schuldig of medeplichtig? Of vind je het onzin om over zoiets na te denken?

Waardering

'Door het hele verhaal te lezen snapte ik de hoofdlijnen. Het was een best wel zielig boek. Die kinderen hadden helemaal niks, gingen niet naar school en moesten de hele dag hard werken. Dat kunnen wij ons niet eens voorstellen. Het lijkt me heel erg als je niet eens normaal kan spelen met vrienden en nou besef je wel dat school eigenlijk niet zo erg is. Je moet juist blij zijn dat je dat moet, het is beter dan de hele dag werken. […] Het was de moeite waard om te lezen en ik zou het ook aan anderen aanraden.'
Anoniem, 4 vwo, op:  scholieren.com

'The book was a very good inspiration for the regents in those days, it helped to stop the child labour in the Netherlands.'
Salomé, op:  goodreads.com

'Cremer maakt gebruik van lange zinnen waarin hier en daar een enkele komma te vinden is. Dit maakt het wellicht voor sommigen wat moeilijker te lezen. Zijn liefde voor bijvoeglijke naamwoorden maakt het verhaal erg beeldend en emotioneel. Je merkt dat Fabriekskinderen geschreven is door een betrokken iemand, die zich kwaad maakt maar bovenal ook erg verdrietig is om het leed dat de kinderen wordt aangedaan. De gebeurtenissen volgen elkaar snel op, waardoor je door het boek heen vliegt.'
Suzan, op: sufamale.wordpress.com

Meer weten?

literatuurgeschiedenis.nl | over Fabriekskinderen
bibliotheek.nl | over de schrijver

Geschreven door:

Pieter Waalewijn

Suggesties


Fabriekskinderen - Cremer, Jacob JanNiveau 3

Fabriekskinderen

Auteur:Cremer, Jacob Jan
Jaar uitgave:1863
Uitgeverij:Thieme
Plaats:Arnhem
Aantal pagina's:39
Genre:novelle, pamflet
Tags:19e eeuw, armoede, kindertijd, maatschappijkritiek
 
Leerlingen
Docenten
  Zet in mijn boekenkast

Integrale tekst zonder verklarende noten op: dbnl.org.
In de uitgave Kinderarbeid. J.J. Cremer en de Leidse fabriekskinderen (Leiden, Primavera Pers, 2008) wordt de oorspronkelijke tekst aangeboden samen met een moderne hertaling.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 26 november 2017.

 

Opdrachten

Er zijn geen opdrachten gevonden voor dit niveau.
Fabriekskinderen - Cremer, Jacob JanNiveau 3

Fabriekskinderen

Auteur:Cremer, Jacob Jan
Jaar uitgave:1863
Uitgeverij:Thieme
Plaats:Arnhem
Aantal pagina's:39
Genre:novelle, pamflet
Tags:19e eeuw, armoede, kindertijd, maatschappijkritiek
 
Leerlingen
Docenten
  Zet in mijn boekenkast

Integrale tekst zonder verklarende noten op: dbnl.org.
In de uitgave Kinderarbeid. J.J. Cremer en de Leidse fabriekskinderen (Leiden, Primavera Pers, 2008) wordt de oorspronkelijke tekst aangeboden samen met een moderne hertaling.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 26 november 2017.

 

Opdrachten

BoekCremer, Jacob Jan, Fabriekskinderen
NummerN2/1
Niveau2
Studielast1,5 slu
Werkvormtweetal
Focustitel/interpretatie
Je leert

de titel verbinden met de inhoud en het doel (en het genre) van de tekst.

Opdracht

Jullie hebben natuurlijk gemerkt dat Fabriekskinderen in een ander Nederlands geschreven is dan wij nu, 150 jaar later, gebruiken. De zinnen zijn anders geformuleerd, maar er worden ook woorden gebezigd - wij zouden tegenwoordig zeggen: gebruikt - die we niet zo goed meer kennen. Daardoor kan het lastig zijn om te begrijpen wat er staat.

  1. Het begint al gelijk bij de titel: Fabriekskinderen. Een bede, doch niet om geld.
    a. Gebruikt een van jullie het woord 'doch' wel eens? In wat voor zin dan?
    b. Zoek het woord 'bede' op in 'de dikke Van Dale'. Noteer alle betekenissen van dat woord.
    c. 
    Welke betekenis van 'bede' heeft de schrijver van Fabriekskinderen in gedachten gehad? Leg uit hoe jullie tot deze conclusie gekomen zijn.
  2. Een schrijver kan allerlei bedoelingen hebben met zijn boek. Welke van onderstaande mogelijkheden past het beste bij Fabriekskinderen? Leg duidelijk uit waarom jullie voor die mogelijkheid kiezen.
    A Cremer wilde zijn lezers vooral laten zien dat er in Nederland kinderarbeid voorkomt. 
    B Cremer wilde zijn lezers vooral laten genieten van een mooi, zielig verhaal.
    C Cremer wilde zijn lezers vooral choqueren.
    D Cremer wilde bij zijn lezers vooral medelijden opwekken.
    E Cremer wilde dat zijn lezers geld zouden inzamelen voor slachtoffers van kinderarbeid.
    F Cremer wilde zijn lezers er vooral van overtuigen dat kinderarbeid misdadig is.
    G Cremer wilde dat de overheid iets zou gaan doen aan het probleem van kinderarbeid.
  3. Op een gegeven moment is Cremer klaar met zijn verhaalfiguren Evert, Sander en Saartje. Nadat hij verteld heeft dat Saartje sterft, maakt hij zijn verhaal af zonder nog personages te laten optreden. Wat vertelt Cremer allemaal op die laatste bladzijden? Vat dit slot van het boek goed samen, en houd daarbij de woorden 'een bede, doch niet om geld' in het achterhoofd.
  4. Op Lezenvoordelijst.nl wordt bij het genre van Fabriekskinderen onder andere het begrip 'pamflet' gebruikt.
    a. Zoek het woord 'pamflet' op in 'de dikke Van Dale'. Noteer beide betekenissen van dat woord. Welke betekenis is hier het meest van toepassing?
    b. Leg uit wat de overeenkomst is tussen 'een bede, doch niet om geld' en 'pamflet'.
  5. Staan jullie nog steeds achter jullie keuze bij vraag 2, of zouden jullie nu een andere mogelijkheid kiezen? Licht je antwoord toe.
Gemaakt doorPieter Waalewijn



BoekCremer, Jacob Jan, Fabriekskinderen
NummerN2/2
Niveau2
Studielast2,5 slu
Werkvormindividueel
Focusthema
Je leert

het thema plaatsen in het perspectief van de tijd (toen en nu).

Opdracht

Stel je voor: je bent veertien jaar en je wint de finale van The Voice Kids of een andere talentenjacht. Fantastisch! Gefeliciteerd! Ga lekker van het succes genieten!

  1. a. Wat denk je: mag je nu als winnaar zo vaak optreden als je wilt? Natuurlijk overleg je eerst met je ouders, je manager en je school, maar als die er allemaal achter staan, zou je dan bijvoorbeeld één avond per week mogen optreden? Dus zo'n 50 keer per jaar, en in de vakantie misschien wat extra? Waarom wel of niet?
    b. Het antwoord op de vorige vraag hoef je eigenlijk niet zelf te bedenken, want de minister van Sociale Zaken heeft al voor iedereen bepaald wat het antwoord moet zijn. Lees bron 1, en geef zo precies mogelijk weer wat de minister op vraag 1a antwoordt.
  2. a. Misschien denk je: Wat een onzin! Waar bemoeit die minister zich mee? Ik mag toch zeker zelf bepalen wat ik in mijn vrije tijd doe?
    Lees bron 2 om te ontdekken waarom het in Nederland gaat zoals het gaat. Noteer de belangrijkste feiten die je hier aantreft. 
    b. Het verband met Fabriekskinderen wordt langzamerhand duidelijk. Welk historisch document wordt in bron 2 genoemd als achtergrond van de regels voor kinderarbeid?
  3. a. Een van de vensters van 'De canon van Nederland' gaat over kinderarbeid. Zoek het bewuste venster op de canon-website (bron 3) op, en lees de tekst daarachter die geschreven is voor leerlingen in het voortgezet onderwijs.
    b. De canon-site verwijst ons vanuit dit venster onder andere door naar de website van het Nationaal Historisch Museum. Voer op die site (innl.nl) bij 'zoeken' de naam 'Cremer' in. Twee van de drie zoekresultaten gaan over kinderarbeid. Lees beide korte verhalen aandachtig.
  4. Als je alles goed begrepen hebt, kun je nu uitleggen wat Fabriekskinderen en de winnaars van The Voice Kids enzovoort met elkaar te maken hebben. Probeer dat stap voor stap en logisch te doen in een tekst van hoogstens 300 woorden. Als je daarbij ook je eigen mening hierover kwijt wilt: graag! 
Bronnen
  1. rijksoverheid.nl | 'Jongeren en werk'
  2. Wikipedia | 'Kinderarbeid'
  3. entoen.nu | De canon van Nederland: kinderarbeid
Gemaakt doorPieter Waalewijn




Fabriekskinderen - Cremer, Jacob JanNiveau 3

Fabriekskinderen

Auteur:Cremer, Jacob Jan
Jaar uitgave:1863
Uitgeverij:Thieme
Plaats:Arnhem
Aantal pagina's:39
Genre:novelle, pamflet
Tags:19e eeuw, armoede, kindertijd, maatschappijkritiek
 
Leerlingen
Docenten
  Zet in mijn boekenkast

Integrale tekst zonder verklarende noten op: dbnl.org.
In de uitgave Kinderarbeid. J.J. Cremer en de Leidse fabriekskinderen (Leiden, Primavera Pers, 2008) wordt de oorspronkelijke tekst aangeboden samen met een moderne hertaling.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 26 november 2017.

 

Opdrachten

BoekCremer, Jacob Jan, Fabriekskinderen
NummerN3/1
Niveau3
Studielast3 slu
Werkvormindividueel
Focushistorische achtergronden
Je leert

de historische achtergronden van het boek kennen en verbinden met het heden.

Opdracht

Je gaat een Powerpointpresentatie over Fabriekskinderen maken. De bedoeling is dat je je klasgenoten duidelijk maakt wat voor boekje Fabriekskinderen is, en hoe actueel het verhaal 150 jaar later nog is.
Overleg vooraf met je docent over de praktische kant van je presentatie. 

  1. Op de eerste dia zet je de titel van je presentatie, bijvoorbeeld 'Fabriekskinderen nu'.
  2. Je moet je klasgenoten natuurlijk eerst even meenemen naar de negentiende eeuw, om het probleem duidelijk te maken dat in Fabriekskinderen aan de orde wordt gesteld. Je zou daarvoor onder andere kunnen werken met de clip van SchoolTV over kinderarbeid op entoen.nu (zie bron 1). 
  3. Ergens in jouw presentatie van het boek van Cremer maak je gebruik van de clip van SchoolTV over Fabriekskinderen; zie bron 2. Duur van de clip: drieënhalve minuut. Hoewel de clip een aardig beeld geeft van het boek, kun je het daar niet bij laten. Mensen die het boek zelf niet gelezen hebben, zullen maar half begrijpen wat er in de clip verteld wordt. Geef dus een goede toelichting bij wat je laat zien.
  4. 'Kinderarbeid. Dat pikken we niet!' Met die leus heeft Unicef actie gevoerd tegen kinderarbeid in Derde Wereldlanden. Ga naar de website van Unicef (bron 3) en verzamel daar informatie voor het tweede deel van je presentatie. Uiteraard kun je in je presentatie ook gebruik maken van het tv-spotje van Unicef of van een ander filmpje dat je op die site vindt.
  5. J.J. Cremer heeft in Fabriekskinderen, zeker aan het eind, goed duidelijk gemaakt wat hij met zijn verhaal wilde; het was 'een bede, doch niet om geld'. Zo moet jij aan het eind van je presentatie ook nog maar een keer scherp neerzetten wat het doel van je presentatie was: aantonen welk verband er bestaat tussen het 150 jaar oude verhaal van Cremer en de kinderarbeid in onze tijd.
Bronnen
  1. 'Schooltv Beeldbankclip Kinderarbeid', op: entoen.nu
  2. 'Jacob Jan Cremer: Tegenstander van kinderarbeid', op: schooltv.nl
  3. 'Kinderarbeid', op: unicef.nl
Gemaakt doorPieter Waalewijn



BoekCremer, Jacob Jan, Fabriekskinderen
NummerN3/2
Niveau3
Studielast2 slu
Werkvormindividueel
Focusthematiek
Je leert

twee benaderingen (woord én beeld) van het thema met elkaar vergelijken.

Opdracht

Van september 2012 tot januari 2013 kon je in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam een tentoonstelling van het werk van Lewis W. Hine (1874-1940) bezoeken, getiteld Lewis Hine. Fotograferen voor verandering. Een van de thema's op die tentoonstelling was 'kinderarbeid'. Bij de tentoonstelling kon je een krantje meenemen, The Lewis Hine Observer, dat ook digitaal te bekijken is.

  1. Bekijk The Lewis Hine Observer (onder Downloads) aandachtig. Bekijk de foto's, lees de quotes van Hine en de beschrijvende teksten. Welke zinnen van of over Hine zouden ook van toepassing zijn op J.J. Cremer en zijn Fabriekskinderen?
  2. De BBC heeft een filmpje van vier minuten uitgezonden over Hines werk. Vooral zijn foto's van kinderarbeid komen aan de orde. Bekijk het BBC-filmpje (bron 1); het is niet ondertiteld, dus misschien moet je het twee keer bekijken om alles precies te begrijpen.
  3. Je weet nu iets meer over de foto's van Hine, maar we willen nog een stap verder gaan. Lees daarvoor eerst het artikel 'De ogen geopend' in Museumtijdschrift (onder Downloads).
    a. De overeenkomst met Cremers aanpak in Fabriekskinderen gaat blijkbaar verder dan je bij vraag 1 dacht. Denk hierbij aan het perspectief dat Hine koos voor zijn foto's - hoe deed Cremer dat? Vergelijk ook de opdracht die beide mannen zichzelf gaven: wat was het doel van hun werk? Noteer alles wat je nu aan overeenkomsten ziet tussen Hine en Cremer, als aanvulling op wat je al bij vraag 1 hebt opgeschreven.
    b. Het artikel dat je net gelezen hebt, heeft als titel 'De ogen geopend'. Zou die titel ook passen boven een artikel over Fabriekskinderen? Leg uit.
    c. D
    e fototentoonstelling in Rotterdam had als titel Lewis Hine. Fotograferen voor verandering. Zou J.J. Cremer. Schrijven voor verandering  een goede titel zijn voor een presentatie over Fabriekskinderen? Leg uit.
    d. Welke benadering van het thema heeft uiteindelijk jouw voorkeur: woord (Cremer) of beeld (Hine)? Leg uit waarom. 
Bronnen
  1. 'Lewis Hine: The child labor photos that shamed America', op: bbc.co.uk
Gemaakt doorPieter Waalewijn
Downloads




Fabriekskinderen - Cremer, Jacob JanNiveau 3

Fabriekskinderen

Auteur:Cremer, Jacob Jan
Jaar uitgave:1863
Uitgeverij:Thieme
Plaats:Arnhem
Aantal pagina's:39
Genre:novelle, pamflet
Tags:19e eeuw, armoede, kindertijd, maatschappijkritiek
 
Leerlingen
Docenten
  Zet in mijn boekenkast

Integrale tekst zonder verklarende noten op: dbnl.org.
In de uitgave Kinderarbeid. J.J. Cremer en de Leidse fabriekskinderen (Leiden, Primavera Pers, 2008) wordt de oorspronkelijke tekst aangeboden samen met een moderne hertaling.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 26 november 2017.

 

Opdrachten

BoekCremer, Jacob Jan, Fabriekskinderen
NummerN4/1
Niveau4
Studielast2,5 slu
Werkvormindividueel
Focusvertelsituatie
Je leert

nadenken over de consequenties van de gekozen vertelsituatie.

Opdracht
  1. a. Praat jij, als je alleen thuis bent of bijvoorbeeld in je eentje zit te gamen, wel eens hardop tegen jezelf?
    b. Als je 'ja' hebt geantwoord: doe je dat dan om de stilte te verdrijven, om jezelf gezelschap te houden, om jezelf aan te sporen of gerust te stellen of om jezelf moed in te spreken, of om nog andere redenen?
    c. Vind je het eigenlijk raar om in jezelf te praten of is het heel gewoon voor jou?
    d. Als je bij 1a 'nee' hebt geantwoord: zou het kunnen dat je het niet wilt toegeven (bijvoorbeeld omdat je je ervoor schaamt) of heb je het simpelweg nog nooit meegemaakt?
  2. Herlees de eerste twee bladzijden van Fabriekskinderen. Is hier iemand hardop aan het praten? Wie is dat? Tegen wie heeft hij het?
  3. Op de derde bladzij van het verhaal begint het verhaal opnieuw, en weer met het zinnetje ''t Is winter.' Kijk eens goed naar de voorafgaande passage, die begint met 'Maar gij, novellendichter'.
    a. Wie is daar aan het woord, en tegen wie heeft hij het? Wat is de boodschap van deze passage?
    b. Kun je nu verklaren waarom het verhaal hierna opnieuw begint? Vergelijk de eerste twee alinea's van het echte begin van Fabriekskinderen met de eerste twee alinea's van dit tweede begin. Wat valt je op?
  4. a. Lees nu bron 1. Welke rollen kan de negentiende-eeuwse alwetende verteller volgens deze tekst allemaal spelen?
    b. De voorlaatste alinea van bron 1 gaat over Cremer. Klopt deze beschrijving van Cremers verteller met jouw ervaring als lezer van Fabriekskinderen? Leg uit waarom wel/niet.
  5. Zoek het moment op in Fabriekskinderen dat Evert, die net door zijn broertje Sander gebeten is, 'Lelijke rakker!' schreeuwt. Beschrijf nauwkeurig hoe de verteller vanaf dat punt in het verhaal optreedt, en hoe verteller en lezer samen optrekken. De eerste twee situaties doen wij voor:
    1) De verteller onderbreekt zijn verhaal. Hij zegt dat het hem spijt dat hij niet meer voor die arme kinderen kan doen.
    2) De verteller neemt de lezer mee de fabriek in en laat hem de stoommachine zien. ('Kijk', 'stil'.)
    3) …
  6. Als je het optreden van de alwetende verteller in Fabriekskinderen zo overziet aan de hand van je lijst bij vraag 5, hoe beoordeel jij dat dan? Vind je het ouderwets, irritant, betuttelend, geestig, effectief, nuttig, overtuigend, of nog wat anders? Zou het verhaal beter werken als je die verteller eruit zou knippen, of juist niet? Leg uit.
  7. Rond 1860 was het heel gewoon om verhalen en gedichten voor te dragen; stil in je eentje lezen sprak in de negentiende eeuw bepaald niet vanzelf. Cremer heeft Fabriekskinderen in maart 1863 gepresenteerd in een voordracht in Diligentia in Den Haag. Die voordracht heeft diepe indruk gemaakt op het publiek. Denk jij dat het samenspel van de alwetende verteller en zijn lezer beter uit de verf komt in zo'n voordracht hardop dan wanneer ieder voor zich de tekst in stilte leest? Licht je antwoord toe.
Bronnen
  1. 'De alwetende verteller', op: literatuurgeschiedenis.nl
Gemaakt doorPieter Waalewijn



BoekCremer, Jacob Jan, Fabriekskinderen
NummerN4/2
Niveau4
Studielast3 slu
Werkvormindividueel
Focusliteratuur en maatschappij
Je leert

de strekking van het boek in breder verband plaatsen.

Opdracht

We beginnen in de geschiedenis van de Nederlandse popmuziek en eindigen in de literatuurgeschiedenis.

  1. Je gaat eerst twee klassiekers beluisteren: 'Welterusten mijnheer de president' (1965) van Boudewijn de Groot (bron 1) en 'Zwart wit' (1984) van Frank Boeijen (bron 2). Wat is, gelet op de inhoud en de boodschap, de overeenkomst tussen deze twee songs?
  2. Lees de Literaire theorie over geëngageerde literatuur.
    a. Zou je de songs die je bij vraag 1 beluisterd hebt geëngageerd noemen? Leg uit.
    b. Ken jij een song uit onze eigen tijd die je geëngageerd zou kunnen noemen? Welke?
    c. Heb jij misschien een verhaal of roman uit onze tijd gelezen dat/die een voorbeeld van geëngageerde literatuur is? Welk(e)?
    d. Zou jij Fabriekskinderen geëngageerde literatuur noemen? Leg uit.    
  3. Elf jaar vóór Fabriekskinderen verscheen Uncle Tom's Cabin (De hut van oom Tom) van Harriet Beecher Stowe. Zoek informatie over dit boek (over klassiekers gesproken!) en doe verslag in een tekstje van maximaal 200 woorden. Uiteraard gebruik je ook de term 'geëngageerd', als die van toepassing is.
  4. Hét voorbeeld van geëngageerde literatuur in Nederland is Max Havelaar van Multatuli. Het verscheen in 1860, drie jaar vóór Fabriekskinderen. Er is geen twijfel over dat Cremer zich door dit voorbeeld heeft laten inspireren. Lees de informatie over Max Havelaar op deze site (niveau 5) en de twee pagina's op Literatuurgeschiedenis.nl (bron 3 en 4). Welke overeenkomsten tussen Max Havelaar en Fabriekskinderen heb je ontdekt?
  5. Op 11 maart 1863 deed de Nieuwe Rotterdamsche Courant uitvoerig verslag van Cremers voordracht van Fabriekskinderen vier dagen eerder. De beschouwing eindigde als volgt: 'Hoe dikwijls bedroeven wij ons over het lot van de negers en Javanen. Laat ons niet vergeten dat er ook in onze eigen fabriekssteden dag aan dag, in den letterlijken zin kinderen van ons volk worden vermoord, en dat het een nationale pligt is daaraan zoo spoedig mogelijk een einde te maken.' (Citaat ontleend aan de uitgave Kinderarbeid. J.J. Cremer en de Leidse fabriekskinderen, p. 34).
    Als het goed is, zie je in dit citaat alles wat je gedaan hebt bij vraag 2, 3 en 4 samenkomen. Geef commentaar op het citaat met de kennis die je bij deze opdracht hebt opgedaan.
(Literaire)theorie

Geëngageerde literatuur - Zoals een schrijver ontroerd kan zijn door het gevoel van vreugde dat hij in zijn leven ervaart, zo kan hij ook geraakt worden door alles wat verdrietig is en mensen pijnlijk treft. Vanuit deze confrontatie met het verkeerde van onze wereld, kan een inwendige woede losbreken. Zo sterk soms, dat de gevestigde orde op papier wordt bevochten.
Zulke schrijvers zijn geëngageerd: ze voelen zich sterk betrokken bij wat er om hen heen in de samenleving gebeurt. Ze leggen hun vingers op de zere plekken van de maatschappij, vanuit het besef dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken.
Maar geschreven teksten zijn er niet om maatschappelijke problemen op te lossen. De schrijver kan ze wel zichtbaar maken. En daaruit kunnen mensen inspiratie putten om zich aan wantoestanden te ontworstelen of om verder door te denken op problematieken die verbonden zijn aan onze cultuur of aan die van anderen. De geëngageerde schrijver wil bij de goede verstaander vooral een kritische houding tot stand brengen. Dat bereikt hij door de ene keer zeer doelgericht zijn commentaar te geven of zijn mening onder de aandacht te brengen, een andere keer door gewoon maar te beschrijven en de conclusies verder aan de lezer over te laten.

Ontleend aan 'De waarheid als bajonet op de griffel. Literatuur en maatschappij', in: Jos Schilleman en Loek Uijtdewilligen, Blauwdruk. Literatuur voor de bovenbouw, Den Bosch: Malmberg, 1982, p. 21-22

Bronnen
  1. Boudewijn de Groot, 'Welterusten mijnheer de president' (1965), op: YouTube
  2. Frank Boeijen, 'Zwart wit' (1984), op: YouTube
  3. 'Max Havelaar', op: literatuurgeschiedenis.nl
  4. 'Dat bliksems knappe boek: Max Havelaar', op: literatuurgeschiedenis.nl
Gemaakt doorPieter Waalewijn




Fabriekskinderen - Cremer, Jacob JanNiveau 3

Fabriekskinderen

Auteur:Cremer, Jacob Jan
Jaar uitgave:1863
Uitgeverij:Thieme
Plaats:Arnhem
Aantal pagina's:39
Genre:novelle, pamflet
Tags:19e eeuw, armoede, kindertijd, maatschappijkritiek
 
Leerlingen
Docenten
  Zet in mijn boekenkast

Integrale tekst zonder verklarende noten op: dbnl.org.
In de uitgave Kinderarbeid. J.J. Cremer en de Leidse fabriekskinderen (Leiden, Primavera Pers, 2008) wordt de oorspronkelijke tekst aangeboden samen met een moderne hertaling.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 26 november 2017.

 

Opdrachten

Er zijn geen opdrachten gevonden voor dit niveau.
Fabriekskinderen - Cremer, Jacob JanNiveau 3

Fabriekskinderen

Auteur:Cremer, Jacob Jan
Jaar uitgave:1863
Uitgeverij:Thieme
Plaats:Arnhem
Aantal pagina's:39
Genre:novelle, pamflet
Tags:19e eeuw, armoede, kindertijd, maatschappijkritiek
 
Leerlingen
Docenten
  Zet in mijn boekenkast

Integrale tekst zonder verklarende noten op: dbnl.org.
In de uitgave Kinderarbeid. J.J. Cremer en de Leidse fabriekskinderen (Leiden, Primavera Pers, 2008) wordt de oorspronkelijke tekst aangeboden samen met een moderne hertaling.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 26 november 2017.

 

Opdrachten

Er zijn geen opdrachten gevonden voor dit niveau.
Fabriekskinderen - Cremer, Jacob JanNiveau 3

Fabriekskinderen

Auteur:Cremer, Jacob Jan
Jaar uitgave:1863
Uitgeverij:Thieme
Plaats:Arnhem
Aantal pagina's:39
Genre:novelle, pamflet
Tags:19e eeuw, armoede, kindertijd, maatschappijkritiek
 
Leerlingen
Docenten
  Zet in mijn boekenkast

Integrale tekst zonder verklarende noten op: dbnl.org.
In de uitgave Kinderarbeid. J.J. Cremer en de Leidse fabriekskinderen (Leiden, Primavera Pers, 2008) wordt de oorspronkelijke tekst aangeboden samen met een moderne hertaling.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 26 november 2017.

 

Introductie

Fabriekskinderen is tamelijk populair onder leerlingen die verplicht worden iets te kiezen uit de 19e eeuw. Max Havelaar is voor velen te hoog gegrepen, Camera obscura is 'geen doorkomen aan', en de meeste (historische) romans zijn gewoon te dik. In vredesnaam dan maar Jan, Jannetje en hun jongste kind of Fabriekskinderen. In beide gevallen komen de lezers meestal van een koude kermis thuis: de boekjes mogen lekker dun zijn, maar de taal, de beelden en de verwijzingen maken een positieve beleving voor de onervaren lezer vrijwel onmogelijk.
Voor Fabriekskinderen is er sinds een paar jaar een mooie oplossing: de uitgave Kinderarbeid. J.J. Cremer en de Leidse fabriekskinderen (Leiden, Primavera Pers, 2008). Daar wordt de oorspronkelijke tekst aangeboden samen met een hertaling: de spelling is gemoderniseerd, ouderwetse woorden zijn vervangen, de woordvolgorde is hier en daar aangepast, en de moeilijkheden worden in de lopende tekst en een enkele voetnoot verklaard. Bovendien bevat het boekje veel achtergrondinformatie over kinderarbeid in de 19e eeuw, en de betekenis van Cremers tekst en voordracht in dit verband. Als u uw leerlingen op een zinvolle manier met Fabriekskinderen wilt laten kennismaken, moet u misschien de schoolbibliotheek vragen deze uitgave à €10 aan te schaffen.
Fabriekskinderen (1863) is een mooi voorbeeld van geëngageerde literatuur. Cremer volgde hier nadrukkelijk het spoor van Max Havelaar (1860). Net als De negerhut van oom Tom (1852; droeg bij aan de afschaffing van de slavernij in 1863) en de sociale romans van Dickens beïnvloedde Cremers novelle de publieke opinie. Het oordeel over de literaire kwaliteit van Fabriekskinderen is, zeker in vergelijking met Max Havelaar, niet zo positief; de term 'larmoyant' valt nogal eens. In Cremers tijd oordeelden zijn critici, die in de lijn van Thorbecke geen wetgeving tegen kinderarbeid wilden, dat de schrijver in zijn schets overdreef. Het boekje heeft ook niet onmiddellijk iets veranderd in de samenleving, maar op termijn heeft het wel effect gehad. Het Kinderwetje van Van Houten in 1874, en later de Arbeidswet van 1889, maakten een einde aan de misstanden die Cremer beschreef.   

Inhoud

Het verhaal begint op de vroege ochtend na een koude winternacht. Drie kinderen, van tien, elf en dertien jaar, lopen door de stille straten van een achterbuurt in Leiden. Het zijn de oudste drie kinderen van Gerrit Zwarte, een werkloze timmermansknecht die aan de drank is. Terwijl pa in bed blijft liggen, zijn zij op weg naar de Leidse stoomwolspinnerij waar zij de kost moeten verdienen. Saartje van elf heeft koorts, maar ziek thuis blijven kan niet. De tienjarige Sander is nog zo moe van het werk van de vorige dag, dat hij onderweg op de stoep gaat liggen om verder te slapen. We volgen de oudste twee kinderen tot in de fabriek; ze worden als het ware radertjes van de machines waarmee ze moeten werken. 'Voort raderen, voort!'
Intussen is Sander door Willem baron van Hogenstad, een Leidse rechtenstudent, opgeraapt. Willem neemt het kind mee naar zijn kamers en verzorgt het, tegen de zin van zijn hospita. Door de vragen die Willem aan Sander stelt, komen we het nodige te weten over de leefomstandigheden van de fabriekskinderen: werkloze ouders, honger en armoede, geen onderwijs, en werkdagen van vijftien uur in de fabriek. Terwijl Sander dus gered wordt, schetst een volgend tafereel het eenzame sterven van de doodzieke Saartje. Maar haar verlossing uit dit ellendige bestaan wordt door de verteller 'moord' genoemd, en de moordenaar heet Concurrentie. De laatste bladzijden, waar de novelle een pamflet wordt, zijn een grote aanklacht tegen deze rauwe werkelijkheid, die door liberalen verdedigd wordt met een beroep op vrijheid. De verteller richt zich aan het eind van zijn 'bede, doch niet om geld' tot driemaal toe rechtstreeks tot de koning en de wetgevers. Zijn verzoek is de fabrieksarbeid door kinderen wettelijk te regelen, naar Engels model (het zogenaamde halftime-stelsel: maximaal zes uur arbeid en zes uur school).

Moeilijkheid

Zoals hierboven bij de Introductie al is aangegeven, zit de moeilijkheid voor de leerlingen vooral in de taal, de beelden en de verwijzingen. Zonder toelichting of verklarende noten is deze tekst voor N3-lezers en zelfs N4-lezers nauwelijks te doen. De aanbevolen hertaling neemt deze moeilijkheid weg. Het lezen van Fabriekskinderen kan dan een positieve en leerzame ervaring worden. De emotionele of sentimentele kant van het boekje ('best wel zielig') nodigt uit tot inleving. De relatie tot de werkelijkheid, van toen en van nu, het sociale engagement en de typisch 19e-eeuwse vertelwijze maken het boekje interessant voor N3- en N4-lezers.

Didactische en letterkundige analyse

Dimensies

Indicatoren

Toelichting | complicerende factoren

Algemene vereisten

Bereidheid Het succesvol lezen van Fabriekskinderen staat of valt met de beschikbaarheid van een hertaling, of ten minste een editie met toelichting en verklarende noten. Als aan die voorwaarde voldaan is, moet de lezer alleen nog bereid zijn om een 150 jaar oud verhaal te lezen.  
  Interesses Het onderwerp is interessant voor zowel jongens als meisjes. De jonge lezer kan zich door de leeftijd van de fabriekskinderen met hen identificeren. De verteller werkt nadrukkelijk op het gevoel van de lezer, en die zal zich aangesproken voelen. 
  Algemene kennis Fabriekskinderen vereist enige sociaal-historische kennis van de negentiende eeuw, specifiek over de industriële revolutie en de situatie van de arbeidersklasse in de grote steden. Als de leerling een goede editie in handen heeft, krijgt hij die informatie bij de tekst aangereikt. Wie niet over die informatie beschikt, zal hoogstens het zielige verhaal meekrijgen.
  Specifieke literaire en culturele kennis  Voor het lezen en begrijpen van Fabriekskinderen is geen specifieke literaire kennis vereist. Als de leerling beseft dat hij een tekst gaat lezen die oorspronkelijk is voorgedragen, kan hij er beter mee uit de voeten. Het herkennen en kunnen begrijpen van retorisch taalgebruik is een pre, evenals enige kennis van de literair-historische context.  

Vertrouwdheid met literaire stijl

Vocabulaire Het 19e-eeuwse taalgebruik is voor de onervaren lezer - N2 t/m N4 - een struikelblok. Een hertaling of ten minste een editie met toelichting en verklarende noten lost het probleem op. 
  Zinsconstructies De zinnen zijn lang en ingewikkeld. Ook hier biedt de hertaling soelaas. 
  Stijl Er zijn veel beschrijvingen en er is veel beeldspraak. Zonder toelichting is dit problematisch voor vrijwel alle lezers. De hertaling ontsluit de tekst ook op dit punt. De 19e-eeuwse retoriek zal vanaf N3 na gewenning geen probleem meer vormen. 

Vertrouwdheid met literaire personages

Karakters   De karakters worden nauwelijks uitgewerkt; de personages en hun onderlinge verhoudingen zijn tamelijk stereotiep. Alle nadruk ligt op de lotgevallen. 
  Aantal karakters Het aantal karakters is beperkt; dit maakt het lezen eenvoudig. 
  Ontwikkeling van de karakters Er is geen sprake van karakterontwikkeling.

Vertrouwdheid met literaire procedés

Spanning Het zielige verhaal van de fabriekskinderen en de confrontatie tussen de student en Sander zal vanaf N2 goed meebeleefd worden. De literaire verpakking van dit verhaal, de 19e-eeuwse retoriek en vertelwijze zijn meer besteed aan N3 en vooral N4. 
  Chronologie Het verhaal over de drie fabriekskinderen verloopt chronologisch. 
  Verhaallijnen In de kern van het verhaal worden de lotgevallen van twee fabriekskinderen beschreven. De verteller neemt ons mee van de ene scène naar de andere. Daaromheen levert hij voortdurend commentaar. Het sentimentele verhaal gaat ten slotte als vanzelf over in een pamflet. N2-lezers zullen bij die ongewone afronding waarschijnlijk afhaken. Lezers op N3 en N4 zullen de boodschap wel begrijpen, al is dat zonder toelichting nog ingewikkeld.
  Perspectief Het perspectief is auctoriaal. Doordat het verhaal ook een voordracht is, spreekt de verteller in de ik-persoon de lezer direct aan. Dat is voor moderne lezers ongewoon, maar lezers vanaf N3 kunnen ook de aardige kant van deze vertelwijze leren waarderen.
  Betekenis Op N2-niveau zullen de leerlingen zich primair bezig houden met het lot van de jonge hoofdpersonen. N3-lezers zullen het sociale vraagstuk en het engagement in hun leeservaring betrekken. N4-lezers kunnen dit boek ook plaatsen in de literair-historische context. 

 

Geschreven door:

Pieter Waalewijn