Docenten Nederlands 15-18 | niveau 5 | Dagen als vreemde symptomen
Introductie
Leonieke Baerwaldt (1985) studeerde filosofie en literatuurwetenschappen. In haar werk verkent ze thema’s als zorg, ouderschap en vervreemding. Dit doet ze in een bijzondere fragmentarische schrijfstijl. Ze publiceerde korte verhalen in De Gids, Papieren Helden en De Revisor. In 2021 verscheen haar debuutroman Hier komen wij vandaan (ook op deze site, op N4), waarin Baerwaldt thematiek rondom klimaatverandering verweeft met een magisch sprookje.
Inhoud
Het is niet eenvoudig een overzichtelijke samenvatting te geven van dit boek. Dat heeft te maken met de constructie ervan. Het boek is opgebouwd uit vier wat langere delen: ‘reconstructies’, ‘verkenningen’, ‘ontdekkingen’, ‘confabulaties’; gevolgd door twee zeer korte: ‘wendingen’ en nogmaals ‘reconstructies’. In het eerste deel geeft de verteller een aanwijzing over hoe je het boek kunt lezen: ‘Ze kiest voor een allegorie / Ze kiest voor de caleidoscopische benadering. / Veelvlakkigheid, al zou je het ook fragmentarisch kunnen noemen. / Uit elk fragment poetst ze zichzelf tevoorschijn.’ De lezer krijgt dus geen chronologisch gestructureerd verhaal te lezen, maar allerlei fragmenten, waaruit de lezer zelf een samenhangend verhaal kan proberen te reconstrueren.
Dan kom je bijvoorbeeld uit op het verhaal van een moeder, Sisyphus, die dag en nacht zorgt voor haar meervoudig beperkte dochter, Mia. Haar man, Louis, laat het vooral afweten. Hij gebruikt zijn werk als excuus om verder niets te hoeven doen. Hij heeft geen wezenlijke belangstelling voor haar, maar wil wel seks, ook als zij totaal uitgeput is door het zorgen. Hij gaat voor langere tijd weg, maar als zij een keer een avondje weg wil, zegt hij dat ze daar geen gewoonte van moet maken.
In sommige fragmenten krijg je de indruk dat Mia er helemaal niet meer is, maar dat Sisyphus nog vastzit in die eindeloze cyclus van zorgen. Ze loopt achter de rolstoel, maar kan haar kind niet meer bij de dagopvang afleveren. Alles lijkt gesloten, maar zit er nog wel een kind in de rolstoel? De hospita maakt namelijk af en toe een praatje met haar en vraagt dan ook of ze wel de hele tijd achter die rolstoel moet aanlopen. Zij wil Sisyphus helpen met ‘dingen herinneren die je bent vergeten’. Daarom neemt ze haar mee op reis. Het blijft een beetje de vraag of het een denkbeeldige reis is, of dat ze er echt samen op uit gaan, naar zee. Aan het eind van het boek wordt enigszins duidelijk wat er aan de hand is. Het eerste deel ‘reconstructies’ begon met hoofdstuk III. In het laatste deel ‘reconstructies’ staan de hoofdstukken I en II. Daar blijkt dat Mia allang is overleden. Met terugwerkende kracht kun je het boek lezen als een eindeloze ontkenningsfase, waarin allerlei herinneringen aan Mia omhoog borrelen.
Bij veel delen krijg je een verwijzing naar ‘de band van Möbius’: dat is een wiskundige figuur in de vorm van een oneindigheidsteken. Als je aan één kant van de band begint en je doorloopt de hele figuur, dan blijk je uiteindelijk ook de andere kant te doorlopen. Bovendien kom je weer uit bij het begin. Samen met de oneindige arbeid van de mythologische figuur Sisyphus zorgt deze band van Möbius voor een bijzonder inzicht: je kunt met het doorlopen van de cyclus, die oneindig lijkt, aankomen bij het begin, terwijl je toch aan de andere kant bent beland.
Moeilijkheid
De moeilijkheid van de roman zit in het experiment. De lezer moet bereid zijn te puzzelen. Daar staat wel tegenover dat er vaak weinig tekst op de pagina staat en dat je dus ook genoeg tijd hebt om af en toe wat terug en vooruit te bladeren. Sommige hoofdstukken zijn maar een paar regels lang. Omdat het boek ook als een allegorie te lezen is, komt het verhaal wat afstandelijk over. Sisyphus is geen moeder in wie de lezer zich graag verplaatst: ze lijkt zielloos en kil, zoals ze Mia’s incontinentie en kwijlen beschrijft, maar als je achteraf bedenkt dat het hier herinneringen betreft, terwijl Mia er al niet meer is, is die inktzwarte sfeer van rouw wonderbaarlijk goed getroffen. Dat neemt niet weg dat de lezer het hele boek lang die rauwheid moet doorstaan. Niet iedere lezer zal het uiteindelijke inzicht voelen als een oplossing die voldoening geeft. De roman intrigeert, omdat dit bizarre experiment behalve de werking van rouw ook een pijnlijk punt in de samenleving blootlegt: de verhouding tussen man en vrouw in de zorg voor het (gehandicapte) kind. Voor leerlingen met belangstelling voor de Griekse mythologie, wiskundige ruimtefiguren en/of filosofie is er heel veel te beleven in dit boek.
Didactische en letterkundige analyse
|
Dimensies |
Indicatoren |
Toelichting | complicerende factoren |
|
Algemene vereisten |
Bereidheid |
Het boek bevat vrij heftige en rauwe scènes waarin de zorg van een moeder voor een meervoudig beperkte dochter bepaald niet liefdevol wordt beschreven. Ook is het boek meer een experimentele puzzel dan een gewoon verhaal. |
|
|
Interesses |
Het boek is interessant voor lezers die graag nadenken over psychologie, filosofie, mythologie, mantelzorg, rouwverwerking, maar ook belangstelling hebben voor wiskundige ruimtefiguren. |
|
|
Algemene kennis |
Niet van toepassing |
|
|
Specifieke literaire en culturele kennis |
Het is jammer als je de mythe van Sisyphus niet kent, want dan mis je een diepere laag die juist zo mooi is. Aan de andere kant is deze gauw opgezocht. Hetzelfde geldt voor de band van Möbius. Doordat deze op het omslag staat en deze band ook op meerdere plekken in het boek expliciet genoemd wordt, zal de lezer al snel geneigd zijn om informatie over deze band op te zoeken. |
|
Vertrouwdheid met literaire stijl |
Vocabulaire |
Over het algemeen niet ingewikkeld, maar wel af en toe wat medische termen, of vreemde woorden die je waarschijnlijk wel even zult opzoeken als je ze niet kent: confabulaties, retroversie, affirmaties. Deze vreemde woorden belemmeren niet het verhaal, maar wekken eerder nieuwsgierigheid op, omdat ze tussen verder heel alledaagse woorden staan. |
|
|
Zinsconstructies |
De zinsconstructies zijn op zichzelf niet ingewikkeld, maar het zijn vaak losse zinnen, die zelfstandige alinea’s vormen, met veel witregels daaromheen, waardoor je als lezer uitgenodigd wordt de open plekken in te vullen. |
|
|
Stijl |
Rauw en beknopt. Veel open plekken. Show don’t tell. Feitelijke, alledaagse zinnen worden afgewisseld met juist heel filosofische. Die combinatie vervreemdt. |
|
Vertrouwdheid met literaire personages |
Karakters |
Het verhaal draait om Sisyphus, Mia, Louis en de hospita. Alleen al door de afwezigheid van anderen ervaart de lezer dat het ‘kringetje’ van Sisyphus benauwend klein is. Je leest het verhaal vanuit haar perspectief, in sommige delen in een personaal perspectief, in andere delen vanuit ik-perspectief. |
|
|
Aantal karakters |
Heel beperkt: Sisyphus, Mia, Louis en de hospita, en deze beperking is juist betekenisvol. |
|
|
Ontwikkeling van en verhouding tussen de karakters |
Vooral de ontwikkeling van Sisyphus is van belang. Zij doorloopt een cyclus van rouw, maar die doorloopt zij voor de lezer niet chronologisch. Pas na afloop van het boek kun je daar een chronologisch verhaal van maken. Tegelijkertijd ervaar je als lezer dat dit rouwproces juist vaak cyclisch verloopt, als een onophoudelijke worsteling, waarbij het lijkt of je in kringetjes draait, terwijl je toch wel vooruit komt. De verhouding tussen Sisyphus en Louis blijft problematisch, net als die tussen Sisyphus en Mia. |
|
Vertrouwdheid met literaire procedés |
Spanning |
Er zijn verschillende niveaus van spanning te onderscheiden. Allereerst wil de lezer graag een reconstructie tot stand brengen: wat is hier gebeurd? Omdat de chronologie door elkaar loopt, probeert de lezer die als een puzzel weer in elkaar te zetten, al is dat vrijwel onmogelijk. Dan is er de psychologische spanning met betrekking tot het mantelzorgen, de rouwverwerking én haar relatie met Louis: hoe gaat Sisyphus hiermee om? Ten slotte is er ook nog een spanning op het niveau van het idee achter het boek: hoe kun je de mythe van Sisyphus en de band van Möbius in verband brengen met de thematiek van het boek? |
|
|
Chronologie |
De chronologie van het boek is totaal verbroken. De lezer krijgt brokstukjes voorgeschoteld. Echter, de hoofdstuknummering in Romeinse cijfers suggereert een doorlopende verhaallijn. Het boek begint met hoofdstuk ‘III’. De eerste twee hoofdstukken zijn aan het eind geplaatst en daarin wordt de dood van Mia beschreven. Voor de lezer wordt dan pas duidelijk dat Sisyphus aan het begin van het boek deze dood kennelijk ‘maar even’ heeft overgeslagen, wat begrijpelijk is voor een moeder die in rouw is en de dood van haar dochter het liefst wil ontkennen. Door deze ontkenning stagneert de hele boel en lopen herinneringen, werkelijkheid en waanbeelden door elkaar. Omdat er een deel ‘Confabulaties’ bestaat en er fragmenten voorkomen waarin het lijkt of Sisyphus half aan het hallucineren is, is het steeds de vraag wat echt is en wat niet. |
|
|
Verhaallijn(en) |
Er zijn geen duidelijk van elkaar te onderscheiden verhaallijnen. De tijden lopen door elkaar, maar er zijn globaal twee tijdlagen: de tijd vóór Mia’s dood en de tijd erna. Mogelijk zijn dat de twee zijden van de band van Möbius, al zou je daar nog andere betekenissen aan kunnen geven. Zo is er een deel ‘Confabulaties’, waarin cursief en standaard lettertype elkaar afwisselen. Het is onduidelijk wat je aan het lezen bent: het lijkt een soort tocht door de hel van herinneringen, waanbeelden én stukjes realiteit. |
|
|
Perspectief |
Het perspectief ligt voortdurend bij Sisyphus, soms als personaal, soms als ik- en als jij-perspectief. Deze verteller is onbetrouwbaar door de rouw en haar psychische toestand. |
|
|
Betekenis |
Het boek zet je aan het denken over complexe psychologische processen bij rouw en mantelzorg. Het gaat ook over onuitgesproken verwachtingen binnen relaties en vanuit de samenleving. Je kunt op verschillende niveaus betekenis geven aan dit boek: allereerst op het niveau van de verhaalwerkelijkheid. Dan focus je vooral op hoe Sisyphus als moeder het verdriet om haar dochter en het langdurig mantelzorgen voor haar verwerkt. Daarnaast kun je het boek lezen als een allegorie, waarbij Sisyphus staat voor alle mantelzorgende moeders, waarbij de naam verwijst naar de mythologische figuur en het werk van de mantelzorger daardoor vergeleken wordt met het eindeloos omhoog sjouwen van een steen die iedere keer weer naar beneden zal rollen. Op dit niveau lees je ook maatschappijkritiek: er is vaak sprake van een verschil in zorgtaken tussen vaders en moeders. |
|
Relevante bronnen voor docenten |
|
21 vragen aan… Leonieke Baerwaldt, door Bastiaen Huijnen in De Groene Amsterdammer. |
|
Externe leestips |
|
Manon Uphoff, Gemis (1997) |
|
Auteur docentinfo |
|
Dietske van den Berg-Geerlings |