Docenten Nederlands 15-18 | niveau 4 | Ossenkop
Introductie
Als Manik Sarkar (Groningen, 1973) in 2024 debuteert met de roman Ossenkop, kennen veel Nederlandse lezers hem al - waarschijnlijk zonder het te weten. Hij is namelijk de vertaler van het oeuvre van Philippe Claudel (o.a. Grijze zielen en Het verslag van Brodeck), van Joël Dicker, Hisham Matar en vele anderen, en co-vertaler van James Baldwin. Maar ook bij de vertaling van non-fictie van bijv. Thomas Piketty (Kapitaal in de 21ste eeuw) was hij betrokken. Zie voor een compleet overzicht van al zijn vertalingen: manik.nl/vertalingen.
Sinds een jaar of tien is Sarkar, naar eigen zeggen ‘met veel plezier’, docent op de Vertalersvakschool. Hij heeft eerder eigen verhalen gepubliceerd in o.a. Papieren helden en Wobby, en op shortreads.nl.
Inhoud
Slagerszoon Rensing is voorbestemd om de slachterij en winkel van zijn vader in een klein Gronings dorp over te nemen. Hij is uitsluitend geïnteresseerd in vakmanschap en uitmuntend vlees, niet in wat de klanten willen: betáálbaar vlees.
De jonge Rensing – nergens wordt zijn voornaam genoemd – is de beste leerling op de slagersvakschool. Docenten zien een gouden toekomst voor hem. Hij is een eenzaat, een weinig spraakzame zonderling. Als hij zijn vaders winkel en slachterij heeft overgenomen, blijkt hij dan ook geen oog voor de klanten te hebben. Hij trouwt, na veel omtrekkende bewegingen, met het winkelmeisje Jacomine. De rollen lijken goed verdeeld: Rensing zorgt voor hoogwaardig vlees, Jacomine voor goed contact met de klanten. Het huwelijk lijkt wel erg liefdeloos.
Ondertussen lopen de schulden op: de winkel trekt steeds minder klanten sinds de komst van een supermarkt in het dorp, en Rensing kan onmogelijk bezuinigen op de inkoop van de beste vleesrunderen. Hij wil wel mee in de vooruitgang, maar weigert concessies te doen op kwaliteit. De slager probeert nieuwe dingen uit, zoals bestelformulieren en een drive-inloket; zelfs overweegt hij het opzetten van een huurkoopsysteem voor de levering van diepvrieskisten aan klanten. Voor al die moderniseringen moet hij forse leningen aangaan bij de bank. Jacomine ziet de bui hangen en gaat zich, als de nering van Rensing jaar na jaar verlies lijdt, steeds meer met ‘de zaken’ bemoeien. Op initiatief van zijn vrouw moet Rensing uiteindelijk, met grote tegenzin, vlees van zogenoemd wrakvee aan verzorgingstehuizen gaan leveren. De frictie tussen de koppige, zwijgzame slager en zijn intelligente, welbespraakte vrouw zorgt voor verwijdering. Als Jacomine ziet hoe Rensing op de rand van de afgrond staat zonder het minste besef van haar aanwezigheid, besluit ze hem te verlaten. Rensing kan niet anders dan trouw blijven aan zijn principes en idealen. Dat luidt onherroepelijk zijn ondergang in: hij gaat in een huiveringwekkende slotscène ‘de weg van alle vlees’ en ziet zichzelf rijp voor de slacht.
Moeilijkheid
Het boek is niet ingewikkeld geschreven. Het bestaat uit drie delen met voornamelijk korte hoofdstukken. Toch is dit geen snel tussendoortje: de lezer moet het boek geduldig en aandachtig tot zich nemen, want alleen zo komen de subtiele, bedachtzame formuleringen tot hun recht.
Didactische en letterkundige analyse
|
Dimensies |
Indicatoren |
Toelichting | complicerende factoren |
|
Algemene vereisten |
Bereidheid |
Het boek stelt geen hoge eisen aan de N4-lezer; het is dun, en het is niet ingewikkeld geschreven. Omdat er nauwelijks actie is, moet de lezer oog hebben voor de essentiële kwaliteiten van het boek: subtiele beschrijvingen, ironie, psychologie, stijl en sfeer. Wie daarvoor openstaat, wordt royaal beloond. |
|
|
Interesses |
Voor liefhebbers van subtiele psychologie en van het noodlot. Ook interessant vanwege de komst van de moderne tijd in een Gronings dorp, in de tweede helft van de 20e eeuw. |
|
|
Algemene kennis |
Geen bijzondere voorkennis vereist. De wereld van de slagerij wordt in het boek zelf voldoende verduidelijkt. |
|
|
Specifieke literaire en culturele kennis |
Niet vereist. |
|
Vertrouwdheid met literaire stijl |
Vocabulaire |
Behalve wat vaktermen uit de slagerswereld (cutter, wolf, Berkel) en sommige andere onbekende woorden (rosacea, tibia), geen probleem. |
|
|
Zinsconstructies |
Er wordt zorgvuldig en fraai geformuleerd. Dat gebeurt soms in lange zinnen, meestal aan het slot van een hoofdstuk. Bij aandachtig lezen geen probleem. |
|
|
Stijl |
Zoals gezegd: fijne, bedachtzame formuleringen. De kracht van het boek schuilt in de fijnzinnige, soms ironische beschrijvingen en typeringen. De hoofdpersoon is een zwijgzame, bonkige man, zijn aandeel in de dialogen is navenant. Hoogtepunt is het hoofdstuk (p. 136-137) waarin Rensings vrouw in kennelijke staat een ‘goed gesprek’ met haar zwijgende echtgenoot voert. |
|
Vertrouwdheid met literaire personages |
Karakters |
Het verhaal draait om Rensing en zijn vrouw Jacomine. Rensing wordt neergezet als een stille, contactgestoorde man, met één groot talent. Dat talent bepaalt de richting en het doel van zijn leven, en voor alles wat daarbuiten valt is hij blind. Jacomine heeft veel meer reliëf in haar persoonlijkheid; zij weigert zich neer te leggen bij de monomanie van haar echtgenoot. |
|
|
Aantal karakters |
Rond Rensing en Jacomine zijn er de nodige bijfiguren: hun ouders, Rensings klasgenoten en leraren, de veehandelaren, de klanten, de contacten bij de bank. Geen probleem. |
|
|
Ontwikkeling van en verhouding tussen de karakters |
Centraal staat de ontwikkeling die Rensing niet doormaakt. Doordat hij niet in staat is zijn hoge kwaliteitsnormen en idealen bij te stellen, dwingen de realiteit en de moderne tijd hem uiteindelijk op de knieën. Jacomine krijgt geen vat op hem en kiest tijdig voor zichzelf. |
|
Vertrouwdheid met literaire procedés |
Spanning |
Er is geen actiespanning, maar wel de spanning van een dreigend noodlot en van de strijd tussen de hoofdpersonen om dat af te wenden. Een ongeluk in slow motion vraagt een geduldige toeschouwer. |
|
|
Chronologie |
Het verhaal verloopt chronologisch, de tijdsprongen zijn niet problematisch. De laatste tien bladzijden worden in de tegenwoordige tijd verteld. |
|
|
Verhaallijn(en) |
Eén verhaallijn. |
|
|
Perspectief |
Er is een alwetende verteller, die zich niet op de voorgrond plaatst maar het verhaal ‘zichzelf laat vertellen’. Het perspectief ligt voornamelijk bij Rensing, maar soms ook even bij een ander (zijn vader, Jacomine). Een paar keer wordt er zelfs verteld vanuit het dier dat geslacht gaat worden. |
|
|
Betekenis |
N3-lezers zullen zich vooral bezighouden met de vraag hoe het met Rensing afloopt. Wellicht pikken zij ook de aanzetten op die het boek biedt voor een diepgravender benadering van die vraag: over de bestemming van een mens en over het (nood)lot. Leerlingen op N4 en N5 zullen ook nadenken over oorzaken (determinisme?) en hierbij de filosofische vragen over de waarde van kwaliteit en van idealen betrekken. Ook behandelt het boek de (relatieve) waarde van talent en van vooruitgang. |
|
Relevante bronnen voor docenten |
|
Recensie op dereactor.org |
|
Externe leestips |
|
Anton Koolhaas, Vleugels voor een rat |
|
Auteur docentinfo |
|
Pieter Waalewijn |