Docenten Nederlands 15-18 | niveau 3 | Zien wat van gisteren overbleef

Introductie
Koos Meinderts (1953) is kinderboeken- en liedjesschrijver. Hij heeft meer dan vijftig boektitels op zijn naam, waaronder enkele boeken voor volwassenen. Koos Meinderts won al vele prijzen, zoals de Willem Wilminkprijs voor het lied Maite Maria en in 2017 de Gouden Griffel voor Naar het noorden. Hij werkte geregeld samen met andere schrijvers en cabaretiers. Met Harry Jekkers trad hij op in het theater. Zijn vrouw Annette Fienieg verzorgt bij zijn boeken vaak de illustraties.
Met Zien wat van gisteren overbleef (2025) schreef hij een sterk autobiografisch boek met twee sporen: het leven van zijn ouders en dat van zijn alter ego, kinderboekenschrijver Jaap Kegge. De zee zien (2015, ook op deze site, N2) vertelt het waargebeurde verhaal van een jongen uit Meinderts’ familie die overlijdt na een val uit een schoorsteenpijp.

Inhoud
Kinderboekenschrijver Jaap Kegge krijgt last van zijn hart. Hij besluit te stoppen met de succesvolle serie Monkel en Glop. Het is tijd om zijn lang gekoesterd plan uit te voeren: een boek schrijven voor volwassenen over het ‘doodgewone’ leven van zijn ouders, Joop en Dora. Met grote moeite komt het verhaal op papier: de ontmoeting tussen zijn vader en moeder in 1940 aan het begin van de oorlog, hun tijd tijdens de bezettingsjaren, het huwelijk, de miskramen en de geboortes van de kinderen, tot en met het vijfde kind in 1953 tijdens de februariramp: Jaap, de verteller. Tussen deze verhalen uit het verleden vlecht Jaap gebeurtenissen uit zijn huidige leven, zoals zijn gezinsleven, de ontmoetingen met een doodzieke oude vriend en vooral ook zijn worsteling met het schrijven van het boek over zijn ouders. Daar komt nog bij dat hij zich op zeker moment moet afvragen of hij zich de familiegeschiedenis mag toe-eigenen. Wat is waargebeurd, wat leeft alleen in zijn herinnering en verbeelding? Jaap Kegge preludeert op de verschijning als het boek eenmaal af zou zijn: hij bedenkt én schrijft een negatieve recensie alsof hij de kritiek de wind uit de zeilen wil nemen. Daarmee wordt de roman die de lezer in handen heeft, een soort spiegelpaleis: de roman-in-wording in het boek valt vrijwel samen met het boek zelf. Jaap Kegge vertoont frappante overeenkomsten met schrijver Koos Meinderts. De twee verhaallijnen die aan het begin zijn uitgezet, lopen aanvankelijk los van elkaar, maar convergeren aan het slot. Jaap Kegge heeft het boek af, de lezer het boek uit. De titel Zien wat van gisteren overbleef maakt duidelijk dat de schrijver in de roman zoekt naar de restjes die in zijn herinnering zijn overgebleven van een verleden waaruit hijzelf is voortgekomen.

Moeilijkheid
Het boek is erg makkelijk te lezen, het verhaal is duidelijk, de taal is rechttoe rechtaan. Alleen het onderscheiden van de beide verhaallijnen kan lastig zijn. De steeds genoemde namen en de tijdsaanduidingen helpen de minder geoefende lezer beide lijnen uit elkaar te houden en te volgen. Binnen de verhaallijnen wordt ook nogal eens teruggeblikt naar eerdere gebeurtenissen.
Langzamerhand zal het elke lezer duidelijk worden dat het verhaal van Jaap Kegge sterk gaat lijken op de wording van Zien wat van gisteren overbleef.  De lezer moet interesse hebben in specifieke kwesties, zoals het moeizame schrijfproces, familiebanden, de waarde van oude vriendschappen, het effect van fatale ongelukken op een kleine gemeenschap. Daarbij is uitdrukkelijk de vraag aan de orde of je als schrijver ‘zomaar’ gebruik mag maken van jouw herinneringen en die kunt presenteren als ‘het leven van mijn ouders’. Er zijn immers nog zeven broers en zussen die vanaf de zijlijn toekijken en het gezinsleven misschien heel anders hebben ervaren. De meeste lezers zullen inzien dat de romanvorm die schrijver Koos Meinderts gekozen heeft, een antwoord biedt op die vraag.

Didactische en letterkundige analyse

Dimensies

Indicatoren

Toelichting | complicerende factoren

Algemene vereisten

Bereidheid

Het boek stelt geen hoge eisen aan de lezer; het telt weliswaar 243 bladzijden maar er is veel wit, de hoofdstukken zijn kort, de taal opvallend alledaags. Wel moet de lezer bereid zijn zich in te leven in de besognes van een doorsnee Nederlands gezin in de jaren veertig en vijftig. Jaap zelf typeert zijn roman als een ‘voortkabbelend relaas’ over deze ‘doodgewone mensen’. Dat wordt steeds wel op tijd afgewisseld met de wederwaardigheden ‘anno nu’ van diezelfde auteur.

 

Interesses

Zware thema’s komen niet aan bod, maar het verhaal zet toch aan het denken. Over familieverhoudingen, het verstrijken van de tijd, verbroken verbanden met een oude vriend. Het gaat om ‘de gewone dingen’ die juist door ze te verwerken in een roman een andere dimensie krijgen. Interesse in het gezinsleven van vele decennia geleden én dat van nu helpt om het boek te waarderen. Daarnaast is het gevecht met een schepping, zoals een boek, interessant voor wie zo’n strijd kent.

 

Algemene kennis

Niet aan de orde.

 

Specifieke literaire en culturele kennis

Niet echt vereist. Er zijn voor de fijnproevers literaire verwijzingen in het verhaal verwerkt, zoals naar het gedicht Het kind en ik van Martinus Nijhoff (pagina 7), maar zonder kennis van dat gedicht is de portee van deze passage wel te duiden. Dat geldt ook voor andere verwijzingen.

Vertrouwdheid met literaire stijl

Vocabulaire

Alledaags. Er wordt wel regelmatig gevloekt door sommige personages; grootvader Jaap (naar wie Jaap jr. vernoemd is) beperkt zijn bijdragen aan conversaties zelfs tot een karikaturaal hartgrondig vloeken.

 

Zinsconstructies

Geen probleem. De dialogen zijn kort en levensecht.

 

Stijl

Sober. Dat benadrukt ‘het alledaagse’ van de mensen over wie dit boek gaat, terwijl de schrijver in het verhaal toch bepaald niet ‘doorsnee’ is. Koos Meinderts slaagt erin het leven van een schrijver zo gewoon mogelijk voor te stellen.

Vertrouwdheid met literaire personages

Karakters

De ouders Joop en Dora én hun succesrijke zoon zijn de belangrijkste figuren. Om hen heen cirkelen in beide verhalen de bijfiguren, zoals de doodzieke jeugdvriend Johnny, vriendinnen van Dora, Jaaps eigen vrouw, hun zoon Jesper, illustrator Ilse, familieleden. Die personages zijn levensecht, het zijn geen gekunstelde romanfiguren. De veelvuldig genoemde namen van de karakters zijn een houvast om te bepalen tot welke verhaallijn een hoofdstuk(je) behoort.  

 

Aantal karakters

Er komen heel wat personages voorbij, maar wie de namen in de gaten houdt, heeft hier geen moeite mee. Verwarrend kan zijn dat schrijver Jaap dezelfde naam draagt als zijn invalide grootvader van vaderszijde: de altijd vloekende Jaap sr.

 

Ontwikkeling van en verhouding tussen de karakters

De belangrijkste ontwikkeling doet zich voor bij de hoofdpersoon, schrijver Jaap. Hij worstelt met het boek over zijn ouders en vindt in zijn zoon een stimulerend klankbord. Het is niet zonder betekenis dat Jaaps moeder ooit commentaar leverde op zijn boeken en verhalen. Er is ook nog een passage waarin Jaap fantaseert over de reactie van zijn inmiddels overleden moeder op zijn nieuwe roman.
Zoon Jesper wordt aan het slot zelf vader. Dit benadrukt de ‘doodnormale’ loop van het leven: het boek dat Jaap schrijft, eindigt met zijn eigen geboorte, het boek dat de lezer in handen heeft, eindigt met de geboorte van Jaaps kleindochter Maite.

Vertrouwdheid met literaire procedés

Spanning

In de verhaallijn van Joop en Dora zit niet meer dan gewone spanning over het verloop van hun relatie en hun leven samen.
Bij Jaap ligt dat anders. Kan hij iets voor de stervende jeugdvriend Johnny betekenen? Krijgt hij het voor elkaar om ‘zijn boek’ te schrijven? Dat proces volgt de lezer op de voet. Gaandeweg wordt wel duidelijk dat hij er blijkbaar in geslaagd is, want de lezer heeft dat boek in handen!  

 

Chronologie

Beide verhaallijnen lopen chronologisch, al zijn er nogal wat terugblikken, vooral in het historische verhaal van Joop en Dora. De moeilijkheid zit meer in de voortdurende afwisseling tussen hoofdstukjes over het verleden en het heden.

 

Verhaallijn(en)

Twee, duidelijk gescheiden door de gebruikte namen en de beschreven gebeurtenissen. Met Joop en Dora zit de lezer in de jaren veertig en vijftig, met Jaap de schrijver in het heden.

 

Perspectief

Jaap is de ik-verteller. In het verhaal over zijn ouders is er een alwetende verteller, maar in die stem klinkt duidelijk Jaap als auteur door.

 

Betekenis

N2- en N3-lezers zullen zich concentreren op de gebeurtenissen in beide verhaallijnen. Die zijn niet moeilijk te volgen. De betekenis is niet meer dan wat de titel aangeeft en wat samenkomt in beide lijnen: een zoektocht naar wat rest van het verleden. N4-lezers zullen dit naar een wat abstracter niveau brengen en willen vaststellen hoe schrijver Jaap met zijn achtergrond, weerspiegeld in het gezinsleven van vader Joop en moeder Dora, geworden is wie hij is. Dat is opvallend omdat het verhaal van Joop en Dora eindigt met de geboorte van Jaap. Het boek dat de lezer in handen heeft, eindigt met een brief van ‘de sentimentele ouwe zak’ Jaap aan zijn pasgeboren kleindochter Maite. Dat maakt dat het boek in structuur een fraai en geraffineerd geheel vormt waar vooral N4-lezers oog voor zullen hebben.

Relevante bronnen voor docenten

 

Recensie
Gesprek met Meinderts over dit boek, in de Taalstaat

Externe leestips

 

Renate Dorrestein - Het geheim van de schrijver

Auteur docentinfo

 

Jan Erik Grezel