Nederlands - 15 t/m 19 jaar

Het instituut - Bijlo, VincentNiveau 2

Het instituut

Auteur:Bijlo, Vincent
Jaar uitgave:1998
Uitgeverij:De Arbeiderspers
Plaats:Amsterdam
Aantal pagina's:136
Genre:psychologische roman
Tags:handicap, humor, identiteit, jeugdervaringen, pesten, school
 
Leerlingen
Docenten
  Zet in mijn boekenkast

Ook op Daisy-rom.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 30 november 2017.

 

Over de auteur

Vincent Bijlo (Amsterdam, 27 april 1965) is cabaretier en schrijver. Hij treedt regelmatig op en levert wekelijks op de radio en in een column voor het Algemeen Dagblad zijn humoristische commentaar op de wereld. Zijn werk kenmerkt zich door humor en zelfspot, waarbij zijn blind-zijn een belangrijke rol speelt. Zo ook in Het instituut, zijn debuutroman. Sinds korte tijd gaat Bijlo ook steeds slechter horen.

Inhoud

Met veel gevoel voor humor schrijft Bijlo over het leven van de jonge Otto Iking op het blindeninstituut. Otto woont samen met andere blinde en slechtziende jongens in huisje De Vink. De jongens halen onderling pesterijen uit en ook leraren worden niet ontzien. Het verhaal speelt in een tijd waarin van alles 'moest kunnen' en de blinde leerlingen kregen daarom ook seksuele voorlichting. De eerste seksuele ervaring die Iking op het instituut beleeft, is dan ook hilarisch. Otto voelt zich echter niet thuis op het instituut. Het enige wat hij wil, is naar de ziendenschool. Maar dan moet hij bij zijn ouders gaan wonen en dat levert weer problemen op.

Leesaanwijzingen

Het verhaal begint met een cursief gedeelte waarin wordt verteld hoe een blinde het onweer ervaart en hoe angstig dat voor hem is. Daarna wisselt het perspectief en lees je over verschillende gebeurtenissen in en buiten het instituut. Deze perspectiefwisseling komt ook weer terug in het slot. Wat Otto in het instituut beleeft, is goed te begrijpen. Lastiger is het om het verband te leggen tussen het middenstuk en de cursieve gedeeltes op de eerste en de laatste bladzijden.
Bepaalde gebeurtenissen in het boek, zoals het gijzeldrama in Bovensmilde, hebben ook echt plaatsgevonden. Je kunt daaraan zien dat het verhaal speelt in de zeventiger jaren. Deze informatie vormt geen belemmering om het verhaal te kunnen begrijpen, maar illustreert wel het tijdsbeeld van toen. 
Alleen de belangrijkste gebeurtenissen uit het leven van Otto worden in het boek beschreven. Je moet daarom misschien even wennen aan de tijdsprongetjes.  

Om over na te denken

Hoe zou jij het vinden om blind te zijn? Wat zou je het meeste missen? Zou jij, net als Otto, naar een ziendenschool willen, denk je? Welk beroep zou jij kiezen als je blind was? Hoe ver ga jij om ergens bij te horen?

Waardering

'Ik vond het een erg leuk boek. Ik had verwacht dat het een heel serieus verhaal zou zijn, die indruk kreeg ik toen ik de achterkant van het boek las. Maar het is juist een heel grappig boek.'
Anoniem, 4 havo, op: scholieren.com

'Ik vind Het instituut een mooi, ontroerend en komisch boek, omdat het over een heel zwaar onderwerp gaat en toch niet zwaar geschreven is. De minder leuke dingen worden zo gebracht dat je er om kan lachen en dat maakt het boek zo mooi.'
Mr. Gottie, op: studentsonly.nl

'Ik vond het boek helemaal niet leuk, omdat Bijlo hele korte zinnetjes gebruikt. Hij probeert om in een alinea zoveel mogelijk informatie te proppen, waardoor het wel vaker onduidelijk is. De personen zijn een beetje onrealistisch geschreven, waardoor het lijkt alsof je eerder in een gekkenhuis bent dan in een blindeninstituut.'
Anoniem, op: boekbesprekingen.nl

Meer weten?

vincentbijlo.com | website van Vincent Bijlo
nrc.nl | interview met Vincent Bijlo over Het instituut

Geschreven door:

Anne de Koning

Suggesties


Het instituut - Bijlo, VincentNiveau 2

Het instituut

Auteur:Bijlo, Vincent
Jaar uitgave:1998
Uitgeverij:De Arbeiderspers
Plaats:Amsterdam
Aantal pagina's:136
Genre:psychologische roman
Tags:handicap, humor, identiteit, jeugdervaringen, pesten, school
 
Leerlingen
Docenten
  Zet in mijn boekenkast

Ook op Daisy-rom.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 30 november 2017.

 

Opdrachten

BoekBijlo, Vincent, Het instituut
NummerN1/1
Niveau1
Studielast1 slu
Werkvormdrietal
Focusgeloofwaardigheid
Je leert

reflecteren op de geloofwaardigheid van het verhaal.

Opdracht

A

  1. Welke diploma's hebben jullie gehaald?
  2. Welke diploma's zijn jullie van plan te gaan halen? Waarom?
  3. Welke diploma's zullen jullie wereld vergroten? Waarom?
  4. Wat denken jullie? Is het verhaal over het stoklopen geloofwaardig en realistisch of heeft de schrijver het overdreven? Waarom denken jullie dat?

B

Een van jullie zet een (kort) traject uit dat een ander van jullie drietal 'blind' moet gaan lopen. De derde persoon van jullie drietal filmt het stoklopen. Benodigdheden: stok en blinddoek.
Werkwijze: Nr. 1 doet de blinddoek voor en neemt de stok. Met de stok kun je 'voelen' waar je loopt. Nr. 2 geeft aanwijzingen hoe nr. 1 moet lopen. Deze moet ook zorgen voor je veiligheid. Luister dus goed naar de aanwijzingen die je krijgt. Nr. 3 filmt het stoklopen.

C

Maak een kort verslagje van jullie ervaring. Schrijf eerst wat jullie ervan verwacht hadden en of nr. 1 dezelfde ervaring had als Otto op bladzijde 18 en 19.

  1. Wat is meegevallen?
  2. Wat is tegengevallen?
  3. Kijk ook nog eens naar jullie antwoord op vraag A4. Zijn jullie van mening veranderd? Waardoor wel/niet?
Gemaakt doorAnne de Koning



BoekBijlo, Vincent, Het instituut
NummerN1/2
Niveau1
Studielast2 á 3 slu
Werkvormindividueel
Focuspersonages
Je leert

je verdiepen in verschillende soorten personages.

Opdracht

De meeste personages in een boek zijn niet alleen maar goed of slecht. Dat geldt ook voor de personages in Het instituut.

  1. Neem onderstaande tabel over. In de tweede kolom noteer je iets wat je goed aan hem/haar vindt en in de derde wat je slecht aan hem/haar vindt.
  2. Zet de namen van de personages op volgorde van 'heel sympathiek' naar 'helemaal niet sympathiek'. Degene die je het meest sympathiek vindt, zet je bovenaan. Noteer nog twee dingen die je goed vindt aan hem/haar. Noteer van de onderste persoon in je rijtje nog twee slechte eigenschappen.
  3. Zijn er personages waarover je gaandeweg een andere mening krijgt?
  4. Bestudeer de Literaire theorie. Hoe komt het dat je over sommige personages van mening verandert?
 Personages Goed Slecht
Walter    
Pieter    
Edwin    
Tony    
Eric    
Harm    
Meneer Mooyman    
Meneer Reinier    
Meneer Wachter    
Juffrouw Letty    
Meneer Soeters    
Moeder Iking    
Vader Iking    
Sonja    
Otto    

 

(Literaire)theorie

Flat character - een verhaalfiguur met één of meer vaste karaktertrekken, waarin gedurende het verhaal geen verandering optreedt.
Round character - een verhaalfiguur dat zich gedurende het verhaal ontwikkelt. Hij/zij kan anders denken of handelen dan je verwachtte.

Gemaakt doorAnne de Koning




Het instituut - Bijlo, VincentNiveau 2

Het instituut

Auteur:Bijlo, Vincent
Jaar uitgave:1998
Uitgeverij:De Arbeiderspers
Plaats:Amsterdam
Aantal pagina's:136
Genre:psychologische roman
Tags:handicap, humor, identiteit, jeugdervaringen, pesten, school
 
Leerlingen
Docenten
  Zet in mijn boekenkast

Ook op Daisy-rom.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 30 november 2017.

 

Opdrachten

BoekBijlo, Vincent, Het instituut
NummerN2/1
Niveau2
Studielast1 slu
Werkvormtweetal
Focuskwesties
Je leert

je te verplaatsen in de motieven van de hoofdpersoon en een verhaal reconstrueren.

Opdracht

'Otto moet voor de rechtbank verschijnen. De aanklacht luidt: brandstichting en dood door schuld.'

  1. Noteer samen de gebeurtenissen die geleid hebben tot zijn daad.
  2. Welke verzachtende omstandigheden kunnen jullie aanvoeren?
  3. Welke vragen kunnen jullie aan Otto stellen om erachter te komen waarom hij dit heeft gedaan?
  4. Een van jullie schrijft de aanklacht van de Officier van Justitie. Gebruik daarvoor jullie antwoord op vraag 1.
    De ander schrijft het pleidooi van de advocaat waarin je Otto voor de rechtbank moet verdedigen. Gebruik daarvoor jullie antwoord op vraag 2.
  5. Jullie laten elkaar jullie tekst lezen. Vervolgens verplaatsen jullie je samen in de rol van rechter. Schrijf samen het vonnis van de rechter. Motiveer het vonnis en leg een straf op.
  6. Denken jullie dat Vincent Bijlo het eens is met jullie vonnis? Licht jullie antwoord toe.
Bronnen
  1. wetenschap.infonu.nl | 'Strafrechter en rechtszitting'
Gemaakt doorAnne de Koning



BoekBijlo, Vincent, Het instituut
NummerN2/2
Niveau2
Studielast2 slu
Werkvormtweetal
Focusgenres
Je leert

reflecteren op het genre van een boek.

Opdracht
  1. Noteer zoveel mogelijk genres die jullie kennen.
  2. Het instituut zou tot meerdere genres kunnen behoren. Zoek in het Basisboek literatuur (zie Literaire theorie) de onderstaande genres op en noteer bij elk genre zoveel mogelijk redenen om Het instituut wel, of juist niet, tot dat genre te rekenen. Lees ook bron 1 en 2.
    a. autobiografie
    b. biografie
    c. dagboek
    d. ontwikkelingsroman
    e. schelmenroman
  3. Tot welk genre behoort Het instituut volgens jullie? Is er sprake van één duidelijk herkenbaar genre of is er eerder sprake van een mengvorm?
  4. Bespreek samen de volgende stellingen en noteer vervolgens een korte, individuele reactie op elke stelling.
    A. Voor mij maakt het niet uit tot welk genre een boek behoort; het moet gewoon interessant zijn.
    B. Als je weet dat een boek op waarheid is gebaseerd, lees je het anders dan een verhaal dat helemaal verzonnen is.
    C. Nu ik wat meer weet over genres, houd ik daar rekening mee bij het volgende boek dat ik lees.
(Literaire)theorie

'Genreleer', in: Joke van Balen e.a., Basisboek literatuur. Groningen: Uitgeverij kleine Uil, 2009, p. 30-50.

Bronnen
  1. vincentbijlo.com | website van de auteur
  2. nrc.nl | interview met Vincent Bijlo over Het instituut
Gemaakt doorAnne de Koning




Het instituut - Bijlo, VincentNiveau 2

Het instituut

Auteur:Bijlo, Vincent
Jaar uitgave:1998
Uitgeverij:De Arbeiderspers
Plaats:Amsterdam
Aantal pagina's:136
Genre:psychologische roman
Tags:handicap, humor, identiteit, jeugdervaringen, pesten, school
 
Leerlingen
Docenten
  Zet in mijn boekenkast

Ook op Daisy-rom.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 30 november 2017.

 

Opdrachten

BoekBijlo, Vincent, Het instituut
NummerN3/1
Niveau3
Studielast2 slu
Werkvormindividueel
Focusperspectief
Je leert

de verteller in het verhaal herkennen en wat het perspectief voor het verhaal betekent.

Opdracht

A

  1. Bekijk het begin van het verhaal. Wat valt je op aan het lettertype?
  2. Waarover gaat het?
  3. Wie vertelt dit?
  4. Waar in het boek treedt hetzelfde verschijnsel op?
  5. Wat wordt in deze passage verteld?
  6. Bedenk twee redenen die Vincent Bijlo gehad zou kunnen hebben om het verhaal op deze manier te onderbreken.
  7. Wat vind je van deze onderbrekingen? Wordt Het instituut er een beter boek door? Had Vincent Bijlo deze stukken net zo goed weg kunnen laten? Of had hij deze passages beter op een andere manier kunnen schrijven?

B

Stel je voor dat je als leraar bent verbonden aan het blindeninstituut. Herschrijf een passage van ongeveer een halve bladzijde vanuit het perspectief van deze leraar.

C

Lees nu de tekst die je hebt geschreven en de oorspronkelijke tekst nog eens door. Leg uit wat het verschil is tussen beide perspectieven. Kun je bijvoorbeeld makkelijker meeleven met Otto of de leraar?

(Literaire)theorie

'Perspectief', in: Joke van Balen e.a., Basisboek literatuur. Groningen: Uitgeverij kleine Uil, 2009, p. 101-106.

Gemaakt doorAnne de Koning



BoekBijlo, Vincent, Het instituut
NummerN3/2
Niveau3
Studielast1 slu
Werkvormindividueel
Focusthematiek
Je leert

reflecteren op het thema.

Opdracht

A

Beantwoord eerst de vragen. De antwoorden leiden tot het formuleren van het thema.

  1. Wie is de hoofdpersoon?
  2. Wat weet je over de hoofdpersoon? Noem enkele eigenschappen.
  3. Hoe is de situatie van de hoofdpersoon in het begin van het boek? Noem enkele kenmerkende omstandigheden.
  4. Hoe is de situatie van de hoofdpersoon aan het einde? Noteer hoe hij zich voelt en waar hij is.
  5. Is er in het boek sprake van een probleem dat de hoofdpersoon moet overwinnen?
  6. Welke tegenwerkingen ondervindt de hoofdpersoon?
  7. Waarom steekt Otto in het laatste hoofdstuk De Vink in de brand?
  8. Maak van je antwoorden op voorgaande vragen een elfje. Dit is een gedicht dat bestaat uit elf woorden. Doe het als volgt:

    Stap 1: Kies één woord dat je vindt passen bij Het instituut. Kies iets wat bij dit woord past en schrijf dit in één woord op. Bijvoorbeeld een persoon, een gebeurtenis of een gevoel.
    Stap 2: Noem een eigenschap, wat hij/zij/het doet of waar hij/zij/het zich bevindt. Schrijf dit in twee woorden op.
    Stap 3: Is er sprake van tegenwerking of tegenslagen? Het antwoord hierop mag drie woorden zijn.
    Stap 4: Wat moet eraan gedaan worden? Wat is de ontwikkeling? Het antwoord hierop mag vier woorden zijn.
    Stap 5: Wat is de uitkomst? Of wat vind je van de uitkomst? Het antwoord hierop mag één woord zijn.

9. Het thema kun je nu ook noemen. Kies enkele belangrijke woorden uit je elfje. Bestudeer de Literaire theorie. Welk motief heeft de meeste overeenkomst met jouw woord(en)?

B

Bekijk via bron 1 voorbeelden van concrete poëzie. Maak nu van je elfje concrete of visuele poëzie. Een kenmerk hiervan is het concreet (zichtbaar) maken van wat de woorden betekenen. Het lezen van het gedicht wordt het bekijken ervan. Je leest niet meer van links naar rechts en van boven naar beneden.

(Literaire)theorie

Thema (grondmotief) - de formulering van één zin, waarin je op een abstract niveau zegt welke visie in de tekst verwoord wordt. Dit is de moeilijkste stap die de lezer maakt: hoe vat je een vuistdikke roman in één zin samen? De richtlijn is dat je abstracte motieven gebruikt. Abstracte motieven zijn overkoepelde begrippen die het verband in een verhaal aangeven, zoals: angst voor verval - dood - eenzaamheid - stilstand - buitenstaander - generatieconflict - kinderlijke onschuld - verlangen - vriendschap - liefde - handicap - maatschappijkritiek - hebzucht - jaloezie - armoede - depressie - wraak - pesten - verveling - geloof - gezin - overspel - jeugdherinneringen - ouder worden - dementie - emancipatie - xenofobie - oorlog - milieu - obsessie - toeval.

Bronnen
  1. tussentaalenbeeld.nl | voorbeelden van concrete poëzie
Gemaakt doorAnne de Koning




Het instituut - Bijlo, VincentNiveau 2

Het instituut

Auteur:Bijlo, Vincent
Jaar uitgave:1998
Uitgeverij:De Arbeiderspers
Plaats:Amsterdam
Aantal pagina's:136
Genre:psychologische roman
Tags:handicap, humor, identiteit, jeugdervaringen, pesten, school
 
Leerlingen
Docenten
  Zet in mijn boekenkast

Ook op Daisy-rom.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 30 november 2017.

 

Opdrachten

Er zijn geen opdrachten gevonden voor dit niveau.
Het instituut - Bijlo, VincentNiveau 2

Het instituut

Auteur:Bijlo, Vincent
Jaar uitgave:1998
Uitgeverij:De Arbeiderspers
Plaats:Amsterdam
Aantal pagina's:136
Genre:psychologische roman
Tags:handicap, humor, identiteit, jeugdervaringen, pesten, school
 
Leerlingen
Docenten
  Zet in mijn boekenkast

Ook op Daisy-rom.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 30 november 2017.

 

Opdrachten

Er zijn geen opdrachten gevonden voor dit niveau.
Het instituut - Bijlo, VincentNiveau 2

Het instituut

Auteur:Bijlo, Vincent
Jaar uitgave:1998
Uitgeverij:De Arbeiderspers
Plaats:Amsterdam
Aantal pagina's:136
Genre:psychologische roman
Tags:handicap, humor, identiteit, jeugdervaringen, pesten, school
 
Leerlingen
Docenten
  Zet in mijn boekenkast

Ook op Daisy-rom.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 30 november 2017.

 

Opdrachten

Er zijn geen opdrachten gevonden voor dit niveau.
Het instituut - Bijlo, VincentNiveau 2

Het instituut

Auteur:Bijlo, Vincent
Jaar uitgave:1998
Uitgeverij:De Arbeiderspers
Plaats:Amsterdam
Aantal pagina's:136
Genre:psychologische roman
Tags:handicap, humor, identiteit, jeugdervaringen, pesten, school
 
Leerlingen
Docenten
  Zet in mijn boekenkast

Ook op Daisy-rom.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 30 november 2017.

 

Introductie

Vincent Bijlo is cabaretier, radiomaker en schrijver. Hij debuteert met Het instituut in 1998. Daarna schreef hij nog drie romans en een bundel columns: Achttienhoog (2001), De woordvoerder (2003), Kort door de bocht (2005) en De Ottomaanse herder (2009). Zijn werk kenmerkt zich door bijtende humor en zelfspot, waarbij zijn blind-zijn een belangrijke rol speelt. Er zit soms een bittere bijsmaak aan de humor van Bijlo. In zijn boeken is zijn alter ego, Otto Iking, de hoofdpersoon. Sinds korte tijd gaat Bijlo naast zijn blind-zijn ook steeds slechter horen.

Inhoud

Let op: onderstaande tekst bevat belangrijke details over de afloop van het verhaal.
In Het Instituut lezen we over de belevenissen van Otto Iking. Hij zit in de laatste klas van de lagere school (basisschool) van het instituut voor blinden en slechtzienden in Bussum. We krijgen een portret van Otto en zijn medeleerlingen uit huisje 1, De Vink, ook wel De Blinde Vink genoemd. De onderlinge relaties, de ontluikende puberteit, de streken die de jongens uithalen, staan allemaal in het teken van het leren omgaan met de handicap. Otto wil zich daardoor niet laten beperken.
Belangrijk is het halen van een diploma stoklopen, want daarmee mag je ook naar het dorp, buiten het instituut. Otto doet examen en ontsnapt vervolgens aan zijn begeleider. Hij belandt in het ziekenhuis, omdat hij wordt aangereden door een strooiwagen.
's Avonds in het huis maakt Otto radio met zijn Jostikit. Hij wordt ontdekt als radiocommentator en krijgt zelfs een radiocolumn bij de AVRO. De vraag die Otto bezighoudt is, of hij het instituut kan verlaten en naar de ziendenschool mag. Op hulp van zijn ouders moet hij niet rekenen, want zijn moeder heeft een alcoholprobleem en zijn vader is een sul, die geen verantwoordelijkheid aankan. Uiteindelijk steekt Otto het blindeninstituut in brand.

Moeilijkheid

De omvang van het boek is voor N1- en N2-lezers aantrekkelijk, omdat het slechts 136 bladzijden heeft. De hoofdstukken bestaan uit enkele bladzijden en zijn een verzameling absurde en grappig beschreven gebeurtenissen. De gebeurtenissen staan in chronologische volgorde. N1-lezers moeten wel eerst een omschakeling maken naar de wereld van de blinde Otto en de uitdagingen waarvoor hij komt te staan.
Er komen woorden en uitdrukkingen in het boek voor, zoals 'ergens prat op gaan' en 'delegatie', die voor N1- en N2-lezers lastig kunnen zijn. Van de lezer wordt ook enige kennis van de wereld gevergd: zo wordt het omwaaien van de pijnboom verklaard vanuit de natuurkunde, namelijk door het verschil tussen hoge en lage druk. Deze kennis is echter niet noodzakelijk om de gebeurtenissen te begrijpen: een N1-lezer zal deze stukken gewoon overslaan; een N2-lezer zal de verklaring voor waar aannemen. De actualiteit in het boek is de bezetting van de basisschool in Bovensmilde door Molukkers. Bij N3-lezers kan dit realistische decor de vraag oproepen of het gaat om autobiografische jeugdherinneringen van de schrijver. Het cursief gedrukte begin en eind van het boek roept ook vragen op bij de N3-lezer. Omdat de lezer daarna meteen in de huid van de ik-figuur Otto Iking kruipt, is dat voor N2-lezers geen struikelblok; N1-lezers zullen geholpen moeten worden om dit te duiden.

Didactische en letterkundige analyse

Dimensies

Indicatoren

Toelichting | complicerende factoren

Algemene vereisten

Bereidheid Het boek heeft slechts 136 bladzijden. Op de omslag staat een tekstje in braille, voor zienden op ieder leesniveau een uitdaging om uit te zoeken wat er staat. N1- en N2-lezers zullen de geringe omvang aantrekkelijk vinden. Dat het boek veel humor bevat, is ook aantrekkelijk voor lezers op de lagere niveaus.

 

Interesses De jongens op het instituut pesten elkaar voortdurend en halen ruwe 'jackass'-achtige grappen met elkaar uit. Otto beleeft zijn eerste seksuele ervaringen. Door zijn handicap moet hij moeilijkheden overwinnen die zienden niet kennen. Het boek ligt dichter bij de belevingswereld van jongens dan die van meisjes.

 

Algemene kennis Het verhaal is gesitueerd in de zeventiger jaren waarin veel taboes doorbroken werden. Deze kennis geeft het verhaal meer reliëf, maar is niet nodig om het verhaal te begrijpen. Voor N3-lezers is het wel een uitdaging om dit reliëf nader te onderzoeken. Op de achtergrond speelt de Molukse bezetting in Bovensmilde en het bezoek van prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven aan het blindeninstituut. Kennis van braille is niet noodzakelijk.

 

Specifieke culturele en literaire kennis Kenmerkend voor het boek is de humor. De schrijver maakt gebruik van overdrijvingen en understatements. N2-lezers zullen deze stijlmiddelen herkennen. N1-lezers hebben hier waarschijnlijk meer moeite mee.
Het verhaal begint en eindigt met een perspectiefwisseling. Doordat ook het lettertype verandert, wordt de lezer daar extra op geattendeerd. Wat de schrijver ermee bedoelt, zal voor de N2-lezer niet altijd duidelijk zijn. Hier ligt dus een uitdaging voor N2 (en N1).
Alleen de belangrijkste gebeurtenissen worden beschreven. De tijdsprongen zijn voor het begrip van de samenhang geen probleem voor N2- en N3-lezers, ook omdat het in chronologische volgorde wordt verteld. N1-lezers kunnen hier op gewezen worden.

Vertrouwdheid met literaire stijl

Vocabulaire Het taalgebruik vergt enige woordkennis. N2-lezers zullen het taalgebruik gedateerd vinden, maar er gewoon overheen lezen. Woorden als dubbeltjes, Saab en lastige woorden als valide en heroïek komen daarvoor te weinig voor. N1-lezers zullen hier meer moeite mee hebben.

 

Zinsconstructies De zinnen zijn eenvoudig te lezen. Er zijn veel enkelvoudige zinnen en het boek bevat veel dialogen.

 

Stijl De gebeurtenissen zijn met veel humor (overdrijvingen en understatements) beschreven. N2-lezers kunnen de tekst vlot lezen.

Vertrouwd met literaire personages

Karakters De ik-figuur maakt een ontwikkeling door. De ontwikkeling die Iking doormaakt is interessant om in kaart te brengen voor lezers op N1 en N2. De elf jongens die in de Vink wonen, zijn types. We leren van hen slechts enkele kenmerkende eigenschappen kennen. Otto noemt Harm zijn vriend, maar de vriendschap blijkt niet uit de daden van Harm. Het aantal optredende leraren en niet-onderwijzende personeelsleden is beperkt.

 

Aantal karakters De elf bewoners van De Vink worden in het begin voorgesteld, maar ze spelen niet allemaal een rol. Daardoor blijft het overzichtelijk.

 

Ontwikkeling van en de verhouding tussen de karakters De verhouding tussen Harm en Otto verandert langzamerhand. N2-lezers zullen zich misschien afvragen waarom Otto in het slot ook Harm in het vuur laat omkomen. De andere jongens in huis worden gepest door Otto en Harm. N2-lezers kunnen de pesterijen herkennen, maar sommige acties zijn overdreven 'hard'.
Otto begrijpt zijn ouders niet. Hun beroepen illustreren dat: zijn vader is fotograaf; zijn moeder kledingontwerpster, beroepen die je alleen begrijpt als je kunt zien. Wanneer zijn moeder in een ontwenningskliniek is opgenomen, schrijft hij over haar als mevrouw Iking. Daarmee toont hij de afstand tussen hen. N3-lezers kunnen deze verbanden misschien al zelfstandig leggen. N2-lezers vast en zeker niet. Zij zullen het alleen zielig vinden dat Otto's ouders hem niet in huis kunnen nemen. Het slot zullen N1- en N2-lezers misschien wel negeren. Goede opdrachten zullen deze lezers helpen om al deze verhoudingen in kaart te brengen.

Vertrouwdheid met literaire procedés

Spanning De gebeurtenissen volgen elkaar in snel tempo op. Er zijn weinig bespiegelingen. De beschrijvingen van ruimtes zijn functioneel.

 

Chronologie Het verhaal wordt chronologisch verteld, met tijdsprongen: een uitdaging voor beginnende N1-lezers.

 

Verhaallijn(en) Er is één verhaallijn.

 

Perspectief Het perspectief wisselt na de eerste bladzijde naar een ik-verteller. In het laatste fragment wordt de verteller weer alwetend. De schrijver neemt afscheid van het leven op het instituut. Hij laat Otto het instituut in brand steken. Deze perspectiefwisseling is een uitdaging voor lezers op N1.

 

Betekenis De lezer wordt meegenomen in de wereld van een blinde. In het eerste en laatste cursieve gedeelte laat de schrijver de bedoeling zien van de tussenliggende gebeurtenissen waarin een jongen zijn angsten overwint en zich klaarmaakt om deel te nemen aan de wereld buiten het instituut. N1-lezers lezen het verhaal waarschijnlijk alleen als een grappige reeks gebeurtenissen op een blindeninstituut.
Voor N2- lezers betekent het verhaal vooral dat ze zich verdiepen in de wereld van een blinde. Zij kunnen zich ook al afvragen of de dingen overdreven zijn of dat ze in die tijd (in de zeventiger jaren) werkelijk zo gebeurden.
N3-lezers leggen het verband met de jeugd van de schrijver: zij zullen zich afvragen of het gaat om een autobiografie. Bovendien zullen zij zich afvragen waarom de cursieve gedeelten een ander lettertype hebben en waarom het perspectief wisselt. Zij hebben vragen bij de betekenis van het slot waarin Iking het instituut in de brand steekt.

Relevante bronnen voor docenten

 

vincentbijlo.com | website van de auteur
nrc.nl | interview met Vincent Bijlo over Het instituut
encyclopediedrenthe.nl | informatie over bezetting schoolgebouw in Bovensmilde

 

Geschreven door:

Anne de Koning